Gezondheid alleen is niet genoeg
Door: Marlies Tobias – yogadocent, yoga educator en MS (Yoga) student, specialisatie Yoga Therapy, aan Vivekananda Yoga University.
Kun je je heel voelen zonder gezond te zijn? Die vraag laat me de laatste tijd niet meer los.
In mijn werk ontmoet ik mensen met Long COVID die lichamelijk nog altijd veel beperkingen hebben, maar zich gaandeweg minder gebroken voelen. Ze ervaren meer rust, meer vertrouwen en meer verbinding met zichzelf. Tegelijk ken ik ook mensen met een lichaam dat ogenschijnlijk prima functioneert, maar die zich nooit werkelijk thuis lijken te voelen in zichzelf. Dat zette me aan het denken.
Misschien zijn gezondheid en heel-zijn niet hetzelfde.
In mijn werk ontmoet ik mensen met Long COVID die lichamelijk nog altijd veel beperkingen hebben, maar zich gaandeweg minder gebroken voelen. Ze ervaren meer rust, meer vertrouwen en meer verbinding met zichzelf. Tegelijk ken ik ook mensen met een lichaam dat ogenschijnlijk prima functioneert, maar die zich nooit werkelijk thuis lijken te voelen in zichzelf. Dat zette me aan het denken.
Een definitie die is blijven staan
De Wereldgezondheidsorganisatie definieert gezondheid sinds haar oprichting in 1948 als een toestand van volledig fysiek, mentaal en sociaal welzijn. Ondanks decennia van discussie is dat nog altijd de officiële definitie.
Voor mij zit de spanning vooral in één woord: volledig.
Wanneer je die definitie letterlijk neemt, zou iemand met een chronische aandoening nooit meer gezond kunnen zijn. Dat voelt voor mij niet helemaal kloppend. Niet wanneer ik kijk naar de mensen die ik begeleid, en misschien ook niet wanneer je er zelf even bij stilstaat.
Gaandeweg ben ik gezondheid daarom anders gaan bekijken.
Ook in de Ayurvedische traditie wordt gezondheid anders benaderd. Het begrip svastha wordt vaak vertaald als “gevestigd in jezelf” of “gegrond in jezelf”. Daarmee verschuift de aandacht van gezondheid als afwezigheid van ziekte naar de relatie die iemand met zichzelf heeft. Dat is geen alternatief voor de WHO-definitie, maar wel een andere manier van kijken.
Gezondheid en heel-zijn zijn niet hetzelfde
Voor mij gaat gezondheid in de eerste plaats over het functioneren van het lichaam. Heel-zijn is iets anders.
Heel-zijn is voor mij de ervaring dat je jezelf, je lichaam en je leven als één samenhangend geheel kunt beleven.
Dat betekent niet dat alles perfect is. Ook niet dat alle klachten verdwenen zijn.
Het betekent dat je aanwezig kunt zijn bij wat er is, ook wanneer niet alles goed gaat,
zonder voortdurend met jezelf of je lichaam in gevecht te zijn.
Je kunt lichamelijk ziek zijn en toch meer rust, acceptatie, verbinding en betekenis ervaren. En je kunt lichamelijk gezond zijn, terwijl je je diep ongelukkig, leeg of vervreemd voelt.
Meer dan het lichaam
Die gedachte bracht mij bij Aristoteles. Hij beschreef het hoogste doel van een mensenleven niet als gezondheid, maar als eudaimonia: een goed en betekenisvol leven waarin een mens tot bloei kan komen. Gezondheid kan daaraan bijdragen, maar valt er niet mee samen; lichamelijke omstandigheden doen ertoe, zonder dat zij het hele verhaal bepalen.
Ook in de yogafilosofie kom ik een vergelijkbare gedachte tegen, alleen vanuit een heel andere invalshoek. Daar wordt de mens niet in de eerste plaats gedefinieerd via zijn gezondheid, maar via lagen van ervaring; het lichaam is er één van, niet de enige. De Taittirīya Upanishad beschrijft dit met de vijf kosha’s: het fysieke lichaam, de levensenergie, de geest, het onderscheidingsvermogen en een diepere laag van innerlijke vervulling; geen rangorde van belangrijk naar onbelangrijk, maar vijf gelijktijdige dimensies van hetzelfde mens-zijn.
Twee tradities, eeuwen en werelddelen uit elkaar, die allebei beginnen bij dezelfde vraag: niet “wat is gezondheid”, maar “wat is een mens eigenlijk”.
Waarom juist het woord ‘heel’?
Het woord dat mij sindsdien blijft bezighouden is heel. Ik merk dat het ook weerstand kan oproepen, alsof heel-zijn zou betekenen dat er niets kapot is, geen enkel mankement meer. Dat bedoel ik er niet mee.
Heel betekent hier niet: onbeschadigd. Het betekent: niet gereduceerd tot wat beschadigd is.
Je kunt lichamelijk beperkt zijn, iets hebben verloren, en toch heel zijn, omdat je niet samenvalt met wat er niet meer werkt. Je lichaam kan beschadigd zijn; je blijft een heel mens.
Er zit iets treffends in onze taal: de woorden heel, helen, health, hale, whole en holy zijn etymologisch aan elkaar verwant, en gaan terug op oude woordstammen die verwijzen naar heelheid en ongeschondenheid. Dat bewijst geen filosofische waarheid, maar het is wel een mooie uitnodiging om anders te kijken naar wat herstel kan betekenen: niet dat alles weer wordt zoals vroeger, en niet dat pijn of beperkingen verdwijnen, maar dat je jezelf niet langer uitsluitend ervaart als iemand die beschadigd of kapot is.
Die gedachte herken ik ook buiten de filosofie. Jon Kabat-Zinn omschrijft mindfulness als bewust en zonder oordeel aandacht geven aan het huidige moment; Thich Nhat Hanh sprak vaak over thuiskomen bij jezelf. Beide zeggen op hun eigen manier hetzelfde als wat ik in de studio zie gebeuren.
Gezond, maar toch leeg — of ziek, maar toch heel
Ik ken mensen met een gezond lichaam die zich diep ongelukkig, leeg of stuurloos voelen. En ik ken deelnemers met een chronische aandoening die, ondanks hun beperkingen, opnieuw rust, vertrouwen en verbondenheid ervaren. Dat doet me denken aan Viktor Frankl, die schreef over het existentieel vacuüm: een gevoel van innerlijke leegte dat kan bestaan, ook wanneer de uiterlijke omstandigheden op orde lijken.
Lichamelijke gezondheid is blijkbaar niet altijd voldoende om je als mens verbonden, betekenisvol of thuis in jezelf te voelen.
Misschien verklaart dat ook waarom yoga soms iets kan toevoegen aan reguliere zorg: medische behandeling richt zich vaak terecht op het verminderen van ziekte en het verbeteren van lichamelijk functioneren, terwijl yoga daarnaast kan uitnodigen tot een andere relatie met jezelf, je lichaam en je omstandigheden. Die twee benaderingen sluiten elkaar niet uit. Ze kunnen elkaar juist aanvullen.
Twee bewegingen
Soms zie ik deelnemers die lichamelijk grotendeels herstellen.
Soms zie ik deelnemers bij wie de klachten nauwelijks veranderen, maar die wel meer rust, vertrouwen en kwaliteit van leven ervaren.
Beide bewegingen zijn waardevol. De eerste is lichamelijk herstel. De tweede is het hervinden van heel-zijn. Mijn werk is erop gericht omstandigheden te creëren waarin beide mogelijk worden. Herstel kan ik niet beloven.
Wel probeer ik voorwaarden te scheppen waarin lichaam en geest hun natuurlijke regulerende en herstellende processen zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Dat kan bestaan uit rust, een passende dosering van inspanning, veiligheid, aandacht, adem, beweging, verbinding en ruimte om te ervaren wat er werkelijk nodig is.
Niet om herstel af te dwingen, maar om het lichaam zo goed mogelijk te ondersteunen.
Soms ontstaan na een ingrijpende periode ook nieuwe prioriteiten, inzichten of een dieper gevoel van betekenis. Binnen de psychologie wordt dit posttraumatische groei genoemd. Dat betekent niet dat het lijden nodig of waardevol was, en ook niet dat iedereen moet groeien. Het is slechts één mogelijke ontwikkeling naast blijvende klachten, verlies en verdriet.
Waarom ik dit deel
Dit is geen nieuwe definitie van gezondheid. Ook geen afgeronde wetenschappelijke theorie.
Het is een persoonlijke zoektocht, gevoed door mijn ervaring als yogatherapeut, gesprekken met deelnemers, wetenschappelijke literatuur, mindfulness en yogafilosofie.
Een gesprek met een psycholoog bevestigde voor mij dat dit niet alleen een yoga- vraagstuk is. Ook binnen de psychologie en de gezondheidszorg wordt gezocht naar manieren om de innerlijke ervaring van mensen serieus te nemen, zonder die te reduceren tot uitsluitend meetbare gegevens.
Wat iemand voelt, beleeft en als betekenisvol ervaart, laat zich immers niet volledig aflezen uit een scan, bloedwaarde of vragenlijst.
Maar dat maakt die ervaring niet minder werkelijk.
Ik geloof dat lichaam en geest beschikken over een groot regulerend en herstellend vermogen wanneer de omstandigheden daarvoor zo gunstig mogelijk zijn.
Dat betekent niet dat herstel altijd plaatsvindt. En het betekent zeker niet dat iemand schuld heeft wanneer herstel uitblijft.
Wat ik wel zie, is dat mensen soms lichamelijk herstellen en soms niet, maar dat zij ook wanneer klachten blijven bestaan opnieuw een vorm van heel-zijn kunnen ervaren; een gevoel dat ze, ook met een veranderd lichaam, heel mens blijven.
Voor mij vat deze gedachte het samen:
Gezondheid gaat over het functioneren van het lichaam. Heel-zijn gaat niet over een lichaam zonder beschadigingen of beperkingen - het gaat over de ervaring dat je jezelf, ook met een veranderd lichaam, niet verliest als mens en je leven opnieuw als een samenhangend geheel kunt beleven.
Die twee vallen vaak samen. Maar niet altijd.
Misschien hebben we in de zorg daarom uiteindelijk beide nodig: aandacht voor lichamelijk herstel waar dat mogelijk is, én aandacht voor de mens die méér is dan zijn ziekte.
Toen ik aan deze tekst begon, dacht ik een blog over gezondheid te schrijven. Inmiddels denk ik dat de vraag onderweg is verschoven, van “wat is gezondheid” naar iets fundamentelers: wat is een mens eigenlijk, en wat heeft iemand nodig om zich als mens heel te voelen - ook wanneer het lichaam dat niet meer helemaal is?
Eind augustus neem ik deze vraag mee naar de internationale ISLC-PAIS Conference in Amsterdam, waar onderzoekers, zorgprofessionals en mensen met PAIS en Long COVID vanuit de hele wereld samenkomen. Ik ben benieuwd hoe zij hiernaar kijken. Misschien verandert mijn denken nog. Misschien wordt het juist bevestigd. In beide gevallen helpt de dialoog om mijn ideeën verder te verdiepen. Voor mij is dat precies de waarde van wetenschap: niet het verdedigen van een standpunt, maar het gezamenlijk zoeken naar een beter begrip van gezondheid, herstel en mens-zijn.
Ik ben benieuwd hoe jij hiernaar kijkt: begint gezondheid bij het lichaam, of begint zij misschien bij ons mensbeeld?
Instagram: @marlies.tobias en @youarethebuddha