Categorie: Uncategorized

  • Van moeten naar mogen: hoe je milder voor jezelf kunt worden

    Van moeten naar mogen: hoe je milder voor jezelf kunt worden

    We zijn vaak beter in onszelf vertellen wat er allemaal beter moet, dan in stilstaan bij wat er al goed gaat. We moeten meer bewegen, gezonder eten, productiever zijn, genoeg rust nemen en vooral niet vergeten om ook nog aan onszelf te werken. Maar wat gebeurt er als je jezelf eens wat minder hoeft te verbeteren?

    We zijn gewend geraakt aan moeten

    Misschien herken je het. Je wordt wakker en bedenkt wat er die dag allemaal moet gebeuren. Je moet aan het werk, boodschappen doen, sporten, gezond koken en misschien ook nog even tijd maken voor yoga of meditatie. En als de dag voorbij is, blijft er vaak een stemmetje over dat vooral kijkt naar wat níét gelukt is. Je had eigenlijk eerder naar bed moeten gaan. Je had meer moeten bewegen. Je had minder op je telefoon moeten zitten. Je had geduldiger kunnen zijn.

    Zelfs dingen die bedoeld zijn om goed voor onszelf te zorgen, kunnen daardoor voelen als een nieuwe to-do-lijst.

    Yoga kan bijvoorbeeld iets zijn waar je energie van krijgt en waardoor je meer verbinding met jezelf ervaart. Maar zodra je denkt “ik moet eigenlijk iedere ochtend yoga doen”, verandert de ervaring. Wat eerst een uitnodiging was om te voelen, wordt een verplichting.

    En juist daar kan het interessant worden om het woord moeten eens onder de loep te nemen. Moeten heeft iets hards. Het suggereert dat er een juiste manier is om je leven te leiden en dat je tekortschiet wanneer je daar niet aan voldoet. Mogen geeft daarentegen ruimte. Je mag bewegen omdat het prettig voelt. Je mag rust nemen omdat je lichaam daar behoefte aan heeft. Je mag een dag minder productief zijn. Je mag ergens nog niet uit zijn. Het verschil lijkt klein, maar de manier waarop we met onszelf praten kan veel invloed hebben op hoe iets voelt.

    Je hoeft jezelf niet voortdurend te verbeteren

    We leven in een tijd waarin persoonlijke ontwikkeling overal om ons heen is. Er is altijd wel iets waar we aan kunnen werken: beter slapen, gezonder eten, meer bewegen, bewuster leven, onze grenzen aangeven, productiever worden of meer in het moment zijn. Daar is op zichzelf niets mis mee. Het kan juist heel waardevol zijn om jezelf beter te leren kennen en gewoontes te ontwikkelen die goed voor je zijn. Maar persoonlijke groei wordt ingewikkeld wanneer het voortkomt uit het idee dat je eerst een betere versie van jezelf moet worden voordat je tevreden mag zijn. Dan wordt iedere tekortkoming een project.

    Ben je moe? Dan moet je je slaap verbeteren. Heb je weinig energie? Dan moet je meer bewegen. Ben je snel afgeleid? Dan moet je meer mediteren. Heb je een moeilijke dag? Dan had je misschien beter met je emoties moeten omgaan. Voor je het weet ben je niet meer bezig met leven, maar met jezelf voortdurend evalueren. Een mildere benadering begint met de vraag: kan ik mezelf ook accepteren terwijl ik nog aan het groeien ben? Je hoeft niet te wachten tot je rustiger, fitter, zelfverzekerder of meer in balans bent om jezelf waardering te geven. Je mag vandaag al precies zijn waar je bent. Dat betekent niet dat je niets meer hoeft te veranderen. Het betekent dat verandering niet langer hoeft te komen vanuit het gevoel dat er iets mis met je is. Je kunt ook groeien vanuit nieuwsgierigheid.

    Niet: “Ik moet dit aan mezelf verbeteren.”

    Maar: “Ik ben benieuwd wat er gebeurt als ik hier wat meer aandacht aan geef.”

    Dat is een veel zachtere plek om vanuit te bewegen.

    Luisteren naar wat je werkelijk nodig hebt

    Een mooie manier om dit te oefenen is door het woord moeten regelmatig te vervangen door mogen. Stel dat je tegen jezelf zegt: “Ik moet vandaag sporten.” Probeer daar eens van te maken: “Ik mag vandaag bewegen en kijken waar mijn lichaam behoefte aan heeft.”

    Of: “Ik moet vanavond nog van alles doen.” wordt: “Ik mag vanavond kiezen wat voor mij belangrijk is.”

    Het doel is niet om jezelf overal onderuit te praten. Soms weet je heel goed dat iets belangrijk voor je is, ook als je er even geen zin in hebt. Het gaat vooral om de toon waarop je tegen jezelf praat. Je kunt bijvoorbeeld prima besluiten om toch te gaan wandelen terwijl je moe bent. Maar er is een verschil tussen “ik moet sporten, anders ben ik lui” en “ik kies ervoor om even te bewegen, omdat ik weet dat het me goed doet.” De handeling is hetzelfde. De relatie met jezelf is anders.

    Je kunt dit ook eens proberen op je yogamat. Voordat je begint, sluit je je ogen en neem je een paar rustige ademhalingen. Vraag jezelf vervolgens niet af welke houdingen je vandaag allemaal zou moeten doen, maar: hoe voelt mijn lichaam op dit moment en wat heb ik nodig? Misschien wil je krachtig bewegen. Misschien heb je behoefte aan rustige stretches. Misschien merk je dat je eigenlijk vooral moe bent en dat een paar minuten liggen meer voor je betekent dan een volledige yogasessie. Er hoeft niets te worden bereikt. Dat is misschien wel een van de mooiste lessen die yoga ons kan geven: luisteren naar je lichaam in plaats van er voortdurend iets van te willen maken.

    Mildheid betekent niet dat je alles loslaat

    Milder voor jezelf worden betekent niet dat je nooit meer discipline nodig hebt, geen doelen meer stelt of altijd moet doen waar je zin in hebt.

    Het betekent ook niet dat iedere weerstand een teken is dat je iets niet moet doen. Soms is iets moeilijk omdat het nieuw is. Soms is het spannend om een grens te stellen. Soms heb je geen zin om te bewegen terwijl je achteraf juist blij bent dat je bent gegaan. Mildheid betekent daarom niet: ik hoef niets meer. Het betekent eerder: ik hoef mezelf niet te straffen om in beweging te komen. Je kunt verantwoordelijkheid nemen voor je keuzes zonder jezelf voortdurend te bekritiseren. Zo behandel je jezelf niet alsof je geen fouten mag maken, maar alsof je een mens bent die mag leren.

    Denk eens aan hoe je tegen een goede vriend(in) zou praten wanneer die een moeilijke dag heeft. Waarschijnlijk zou je niet zeggen: “Je had het beter moeten doen.” Je zou luisteren. Je zou ruimte geven. Misschien zou je helpen om het geheel weer in perspectief te zien. Probeer jezelf diezelfde vriendelijkheid eens te geven. Wanneer je merkt dat je innerlijke stem streng wordt, kun je jezelf vragen: zou ik dit ook zo tegen iemand zeggen van wie ik houd? Als het antwoord nee is, is dat misschien een uitnodiging om je woorden te veranderen.

    Van presteren naar ervaren

    Ook op het gebied van yoga kan deze verschuiving veel veranderen. Het is gemakkelijk om jezelf te vergelijken wanneer je op een yogamat staat. Misschien kan iemand naast je dieper vooroverbuigen, langer in een houding blijven of een ingewikkelde balans moeiteloos uitvoeren. Voor je het weet ben je niet meer aan het voelen wat er in jouw lichaam gebeurt, maar aan het beoordelen hoe je het doet. Maar yoga hoeft geen prestatie te zijn.

    Je lichaam is iedere dag anders. De ene dag voelt een houding ruim en prettig, terwijl diezelfde houding de volgende dag helemaal niet goed voelt. Dat betekent niet dat je achteruit bent gegaan. Het betekent simpelweg dat je lichaam vandaag anders is. Wanneer je jezelf toestaat om dat te accepteren, ontstaat er ruimte. Je hoeft niet verder te gaan omdat je denkt dat je dat zou moeten kunnen. Je mag een houding aanpassen. Je mag een pauze nemen. Je mag stoppen. En misschien ontdek je juist daardoor iets belangrijks: dat je lichaam voortdurend informatie geeft, als je maar bereid bent om te luisteren.

    Een kleine oefening voor vandaag

    Probeer vandaag één moment bewust te letten op het woord moeten. Misschien hoor je jezelf zeggen: ik moet nog werken, ik moet opruimen, ik moet sporten of ik moet echt eens wat meer rust nemen. Pauzeer dan even. Adem rustig in en uit en vraag jezelf: wat zit er onder dit moeten? Is er werkelijk iets wat belangrijk voor je is? Of komt het vooral voort uit schuldgevoel, vergelijking of verwachtingen van anderen? Schrijf het desnoods op en verander vervolgens de zin.

    Ik moet meer rust nemen wordt bijvoorbeeld:

    Ik mag rust nemen omdat ik voel dat mijn lichaam daar behoefte aan heeft.

    Ik moet meer bewegen wordt:

    Ik mag bewegen op een manier die vandaag goed voelt.

    Ik moet minder streng zijn voor mezelf wordt misschien zelfs:

    Ik mag mezelf ontmoeten zoals ik vandaag ben.

    Je hoeft het niet meteen te geloven. Alleen al het verschil opmerken is een begin.

    Je mag onderweg zijn

    Misschien hoeven we niet zo hard ons best te doen om een betere versie van onszelf te worden. Misschien mogen we onszelf wat vaker ontmoeten zoals we werkelijk zijn: soms energiek, soms moe, soms gemotiveerd, soms onzeker, soms helemaal in balans en soms totaal niet. Bewuster leven betekent niet dat je iedere dag bewustere keuzes maakt. Het betekent ook dat je leert aanwezig te zijn bij de dagen waarop dat niet lukt. Je mag groeien. Je mag veranderen. Je mag nieuwe gewoontes ontwikkelen. Maar je hoeft jezelf niet eerst te verbeteren om goed genoeg te zijn. Misschien is dat wel de mooiste verschuiving van moeten naar mogen.