Dat Brussel zoveel groen heeft, was voor mij een aangename verassing. Aan de zuidoost kant van de hoofdstad, aan de rand van het Zoniënwoud, is een project gestart waar mooie plannen werkelijkheid worden. In het oude hippodroom komt een nieuw park waar genieten van natuur, sport, cultuur en ontspanning voorop staan.
Brussel kende twee paardenrenbanen, vandaag ga ik naar het hippodroom van Ukkel-Bosvoorde. Voor deze renbaan stelde koning Leopold II een stuk van het Zoniënwoud beschikbaar voor onder andere paardenrennen. Er kwamen tribunes, een weeglokaal en wedkantoren. De renbaan werd een plaats voor ontspanning van de Brusselaren. In 1995 werd de laatste race gelopen, daarna raakte de hippodroom snel in verval. Tot in 2012 het project onder de toepasselijke naam Droh!me Melting Park, van start gaat om het gebied nieuw leven in te blazen.

Het is de eerste keer van mijn leven dat ik op een renbaan ben. En het is groot. De baan zelf is nu een wandelpad, op het binnenveld is een golfbaan gerealiseerd en staat eveneens het kantoor van het project. Er wordt nog overal gebouwd. Ik vraag me even af waarom deze plek mij getipt is voor een bezoek.

Tijd om informatie in te winnen. Ik spreek met meerdere mensen die met het project bezig zijn. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Droh!me is een project dat in meerdere jaren de oude renbaan een nieuwe functie zal geven, met 5 pijlers: natuur, sport, cultuur, educatie en ontspanning. Al sinds de start van project, is het gebied weer een ontmoetings- en vrijetijdsplaats geworden. Door alles wat nog ontwikkeld en georganiseerd zal worden, gaat het hier steeds leuker worden.
In 2016 zijn de eerste gebouwen uit de restauratie gekomen, zoals de tribunes en het weeglokaal. Deze gebouwen zien er inderdaad zo goed als nieuw uit. Als ik achter de grote tribune de oude wedkantoren zie, vervallen en helemaal onder de graffiti, krijg ik een idee hoe het er voor de restauratie allemaal uitzag.
Er komt een Natuurinformatiecentrum, een uitkijktoren, een boomkruin klimpad en speelplaatsen. Vanaf de zomer zijn er al meerdere themawandelingen georganiseerd, met thema’s als eetbare wilde planten, Qi Gong en wandelingen met EHBO als thema. De cultuur is al aanwezig met een openlucht foto-expositie langs de renbaan en er zijn regelmatig festivals en theatervoorstellingen. Voor culinair genot kan je donderdagmiddag al terecht bij de foodtrucks en tijdens festivals als de appeldag .
In 2018 zal in het weeglokaal een brasserie geopend worden en zal er naast de hoofdtribune een biologische markt komen, waar je ook kooklessen kan volgen. In de planning staat ook het openen van een bio-bistronomisch restaurant.

Ik sta inmiddels op het dak van de hoofdtribune, vanwaar ik het hele gebied goed kan overzien. Achter mij zijn de stallen, ook flink verwaarloosd. Voor deze gebouwen zijn nog geen plannen, maar ik twijfel er niet aan dat die nog gaan komen. Nu is al duidelijk dat je hier op een vrije dag heerlijk kan vertoeven. Er is al genoeg te doen, en dat zal alleen maar meer worden.
En de yoga? Ook die is er al. In de zomer zijn er op het dak waar ik nu sta, met het uitzicht over het terrein en het bos op de achtergrond, yogalessen te volgen. Bij iets minder weer, verhuist de les de tribune in. Wauw. Wat had ik graag een yogales gevolgd nu met dit uitzicht… Om die dan vervolgens af te sluiten met een lekkere kop kruidenthee in de biowinkel terwijl ik plannen maak voor de rest van de dag. Een lange wandeling in mijn eentje, of een ontspanningsthema wandeling met Qi Gong Idogo oefeningen. Of toch naar de theatervoorstelling?
Voor nu voor mij zit dat er nu niet in, maar als ik volgend jaar weer in Brussel ben, ga ik me hier zeker onderdompelen. Plannen zat!


Korte bio


Ik werkte vooral in het opvangcentrum zelf, maar zo nu en dan mocht ik er ‘even uit’. Bijvoorbeeld om van Sintang naar Tembak te reizen. Een oerwouddorp, zo’n 60 kilometer ten westen van Sintang, waar een deel van de geredde orang-oetans in een oefenbos leren klimmen, nesten bouwen en zelf voedsel te vinden. Dit allemaal ter voorbereiding op een terugkeer naar het leven in de wildernis.
Bepakt en gezakt met rugzak, powerbanks (er is vaak geen stroom en al helemaal geen telefoonverbinding mogelijk in Tembak) camera en regenjassen, stapte ik achter op de motor bij Alexandra. Al snel reden we hobbelend over onverharde wegen door een bizarre omgeving. Lange rijen palmoliebomen, waar geen eind aan leek te komen, links en rechts van de weg. Drie en een half uur lang reden we door dit monotone landschap, zonder ook maar een vogel te horen fluiten. En langzaam drong het tot me door. Waar ik me al jarenlang woest over maak, wanhopig van word, waar ik over schrijf en vertel, daar reed ik nu middenin: palmolieplantages.
Maar ik had geen tijd voor een potje janken. Want het begon te regenen en de wegen werden steeds slechter. In de drie uur die daarop volgden, reden, liepen en sleepten we ons, soms met de motor aan de hand, door een lange weg van modder. Mijn slippers was ik al na een kwartier kwijt geraakt in de modder en met mijn rugzak boven mijn hoofd probeerde ik in ieder geval mijn elektronische apparatuur veilig te stellen.
Toch was de lange tocht meer dan de moeite waard. Voor het eerst in mijn leven zag ik in het oefenbos een orang-oetan boven in de bomen, waar hij thuishoort, en speelde ik met de kinderen van het regenwoud in de rivier.


Ingrediënten voor 2 broodjes:






