Categorie: Blogs

  • Cactushouding

    Cactushouding

    Vandaag volgen mijn vriendin Gisèle en ik samen een proefles yoga. Gisèle durft niet alleen te gaan. Ze hoopt haar gave voor muziek  en dans op deze manier te kunnen uitleven. Haar angst en onzekerheid erdoor te temperen. Als kind was ze diep onder de indruk van een grote blauwe plek in de hals van haar mama.‘Pappa heeft dat gedaan maar het is niet erg, hoor,’zei haar moeder erover. Diezelfde avond kreeg Gisèle een angstdroom dat haar vader haar wilde verslinden. Zoals de boze wolf uit het sprookje van Roodkapje. Haar vader reageerde vol verbazing: ‘Gisèle, ik voel me eerder een klein biggetje dan een grote boze wolf.’ Ze kijkt daar met een glimlach op terug.   
       De proefles vindt plaats in een sfeervol zaaltje. Aan drie muren hangen posters met afbeeldingen van yogahoudingen. Langs een plint bevinden zich brandende kaarsen. In een hoek staat een bos geurige lavendel. Op yogamatjes liggen meditatiekussens en oogkussentjes gereed,–verspreid over de gladde houten vloer. 
       Tijdens de oefeningen blijkt elke stress van mij af te vallen. Als water van een zwaan. Gisèle heeft dezelfde ervaring. We besluiten samen met de lessen door te gaan.  
       Een tijdje later wordt het lente. Bernadette, onze lerares, heeft een nieuw programma uitgestippeld. Daarin zullen onze bewegingen het opgaan van de zon uitbeelden. Via een explosie van optimisme en inspiratie. Alleen al het vooruitzicht stemt ons vrolijk.
       Punt een van het programma heet “de cactushouding”. We buigen onze armen om ze daarna sierlijk uit te spreiden. Een tijdje staan we In een halve kring om Bernadette heen,— het gezicht met een glimlach naar haar toegekeerd. We staan op één been en strekken onze bovenarmen horizontaal uit,– naar links en rechts. Onze onderarmen wijzen met de handen naar de hemel. Als antennes om de energie van het zonlicht effectief op te vangen. Dé manier om alle zorgen te laten verdampen. Zo nemen we afscheid van de winter en vieren de intocht van de lente.  
       —  Plotseling wordt de deur ruw opengestoten. Enkele agenten –zowel mannen als vrouwen– stormen met getrokken pistool de zaal in. Met barse stemmen roepen ze: ‘Handen omhoog !’ Gezien onze houding is dit een idioot bevel.
       Rustig vraagt Bernadette wat er aan de hand is.
      ‘Dat wilde ik u juist vragen,’ gromt een van hen. ‘Er vindt hier een overval plaats. Die willen we beëindigen.’
      ‘U vergist u,’ antwoordt onze lerares.
      ‘Waarom staat u met de armen omhoog? ’
      ‘Zo verwelkomen we de opkomst van de zon.’
      ‘Onze excuses !’ roept de aanvoerder met een teleurgesteld gezicht. ‘Voorbijgangers zagen u in deze houding van overgave staan en sloegen groot alarm.’  
      ‘Mag ik u uitnodigen om eens met ons mee te doen?’ vraagt Bernadette.
       Sommige agenten beginnen onzeker te lachen.
      ‘Yoga is geen sprookje, hoor,’zegt onze lerares. ‘Het is voor iedereen een wondermiddel tegen stress, angst en somberheid.’
      ‘In dat geval schrijf ik me bij deze in,’ besluit de aanvoerder.
      ‘Dat is mooi,’zegt onze lerares. ‘Kom nu even ter ontspanning een minuutje bij ons op een yogamatje liggen,’stelt Bernadette voor.  ‘Hier is alvast een kussentje voor op uw ogen.’
       De aangesproken agent schudt beslist van ‘nee’. ‘Dat is echt iets voor de volgende keer,’zegt hij.
       De overige agenten geven elkaar glimlachend een knipoog.
    heinheijnen.537! 

    Hein Heijnen

  • Zo verhoog je jouw selfcare mentaliteit

    Zo verhoog je jouw selfcare mentaliteit

    Voor jezelf zorgen. We weten allemaal dat het moet, sterker nog: we willen ook goed voor onszelf zorgen. Maar aan het einde van de rit zorgen we voor iedereen, behalve voor onszelf. Gefrustreerd worden we ervan. In deze blog vertelt Laura Louise, De Online Yogajuf, je meer over het verhogen van je selfcare mentaliteit. 

    Voel jij je regelmatig uitgeblust en overprikkeld? Weet je dat je tijd voor jezelf vrij moet maken om op te laden en tot rust te komen. Maar lijkt het maar niet te lukken? Je bent niet alleen. Echt niet waar! Het ligt namelijk niet aan ons. De wereld om ons heen is sneller verandert dan ons brein. Zo moeten we vandaag de dag in 24 uur meer prikkels verwerken dan iemand in de middeleeuwen in zijn of haar hele leven. En tja, daar zijn we dus eigenlijk niet voor gemaakt. 

    We vallen om bij bosjes 

    En daardoor krijgt per jaar 17% burn-outklachten. Dan denk je misschien 17%, zoveel is dat ook weer niet. Maar dat is 1 op de 6 werknemers. Met andere woorden: de vraag is niet of je burn-outklachten krijgt, maar wanneer. En de oorzaak? We staan altijd “aan”. Voor onszelf zorgen zit er niet meer in. Opladen? Dat is geen prioriteit. En dat, lieve mensen, is dweilen met de kraan open. 
    We zijn gestrest, moe, futloos, ongeduldig en kortaf tegen de kinderen. We zijn geen leuke partner meer, reageren heftiger dan we zouden willen. We zijn altijd aan het zorgen op het werk of in je bedrijf. We hebben financiële stress, fysieke klachten, slapen slecht, piekeren, moeten moeilijke keuzes maken, hebben het gevoel tekort te schieten, hebben geen tijd om gezond te koken, geen tijd om voor onszelf te zorgen en gunnen onszelf niets. Alles maar moeten, de neerwaartse spiraal, boos op mezelf als het weer niet lukt. Scrollen, swipen in de tijd dat je iets voor jezelf kan doen. Het. Gaat. Maar. Door. 

    Laura de online yoga juf

    Ontdek jouw energielekken 

    Mediteren, yoga, wandelen, boeken lezen, of met de hond knuffelen. Je weet wel wát je kunt doen om te ontspannen. En ik hoef je ook niet uit te leggen dat 4 afleveringen kijken van een Netflix-serie of uren swipen op Instagram niet het dezelfde is als een yoga nidra-sessie. We weten dat wat we doen, niet goed is. Maar om het aan te passen is moeilijk. Verleiding is namelijk overal. Maar begint allemaal bij het verhogen van je selfcare mentaliteit. Het draait om beseffen waar je energie naartoe lekt.  
    Voor het ontdekken van jouw energie-lekken heb ik een mooie opdracht. En die wil ik hier graag met je delen. Het is een schrijfopdracht: 

    Vind jouw energielekken 

    • Pak pen en papier of open de notities van je telefoon (maar liever niet).
    • Schrijf minimaal 5 dingen op die je niet meer wilt. Denk aan ’s avonds op je telefoon zitten, uren op Facebook scrollen, weer op zo’n gek forum jezelf verliezen of 5 keer per dag NU.nl checken. 
    • Schrijf door tot je het gevoel hebt dat je alles hebt.
    • Dit zijn jouw energielekken. Kijk of je ze kan bundelen of kunt onder verdelen. 
    • Kun je acties koppelen aan deze energielekken? Door acties te koppelen aan je energielekken kun je ze ook verbeteren.
    • Voilà! Je selfcarementaliteit is zojuist een stukje verhoogd!

    Je energielekken zijn vaak punten waarvan je wéét dat ze niet goed zijn. Je zou ook kunnen zeggen: ik schrijf op wat ik meer wil. Denk aan meer wandelen, meer in het hier en nu zijn, meer lezen, meer knutselen of creatief bezig zijn. En dat zijn hele mooie stippen op de horizon. Maar – heb ik in de praktijk gezien – jezelf confronteren met je energielekken heeft vaak een groter effect. Leuk die gouden bergen van meer zelfzorg, maar er zit maar 24 uur in een dag. Dus je moet eerst tijd creëren. Tijd creëren voor jezelf. 

    365 dagen Selfcare Yoga

    Wil jij werken aan je selfcare mentaliteit? Wil je leren hoe je kan ontspannen? Wil je meer concentratie? Wil je lichamelijk en geestelijk meer focus en flexibiliteit? Mentaal en fysiek sterker worden? Wil je meer tijd voor jezelf creëren? Dan kan je meedoen met de online yogacursus 365 dagen Selfcare Yoga van De Online Yogajuf. 

    De deelnemers van mijn yogacursus en de retraitedagen hebben meer dan één ding met elkaar gemeen. Zo voelen ze zich uitgeblust, ze gaan altijd maar door en staan nooit stil. Als ze stilstaan dan zijn ze moe en vallen ze bijna om. Door de online selfcare yogalessen hebben ze meer momenten in de week waarin ze echt kunnen opladen. Ze gaan van yoga doen naar yoga begrijpen. Van altijd maar doorgaan naar meer stilstaan. En ervaren meer licht en ruimte. Je bent van harte welkom om mee te doen! 

  • Giftig

    Giftig

    Je kent ze vast wel: mensen die altijd beweren dat alles goed gaat, ook als je zeker weet dat dat niet zo is. Die tegen iemand met een depressie zeggen: ‘Weet je wat jij moet doen? Gewoon een nacht goed slapen.’ Die, als je net hebt ontdekt dat je partner je jarenlang bedroog, zeggen: ‘Wees blij dat je ervan af bent. Zo’n eikel wil je toch niet?’ Die hun tijdlijn vol hebben staan met quotes als ‘Good vibes only’ en ‘Happiness is a state of mind’. Mensen die vinden dat positiviteit de enige optie is, maar die het woord daarmee vooral een negatief imago bezorgen.

    Toxic positivity noemt de Amerikaanse therapeut Whitney Goodman dit. Ze schreef er een boek over, waarin ze uitlegt dat altijd alleen maar positief zijn, zelfs bij de zwaarste tegenslagen, je niet verder helpt. Je doet dan namelijk net alsof gevoelens zoals boosheid, verdriet en schaamte niet bestaan en ontkent daarmee het deel van jezelf dat worstelt met die gevoelens. Naar anderen toe doe je als zelfverklaard positivo hetzelfde; zeg je tegen iemand die net op een afschuwelijke manier zijn droombaan is kwijtgeraakt dat hij ‘gelukkig nog gezond is’, dan geef je min of meer de boodschap: ‘Zeur niet.’

    Voor ‘toxic positivity’ kan ik zo snel geen precieze vertaling bedenken, maar volgens mij komt ‘doorgeslagen positiviteit’ in de buurt. Mensen die ‘dolblij’ zijn dat het leven ze een ernstige ziekte heeft gegeven, die niet in problemen denken maar slechts in uitdagingen, die je nooit zult betrappen op een traan of een dipje; het maakt dat ik soms wat huiverig ben om mijn missie – positief in het leven blijven staan en iedere dag weer zoeken naar lichtpuntjes, hoe klein ook – kenbaar te maken. Ik kan me de weerstand hiertegen namelijk best voorstellen. Toch geloof ik er echt in, in die missie.

    Daarmee bedoel ik echter AB-SO-LUUT niet dat onaangename gevoelens er niet zijn. Dat ik nooit een slechte dag heb. Of dat de wereld alleen maar bestaat uit kleurige regenbogen en gouden eenhoorns. Integendeel; juist omdat het donker er ook is, wordt het makkelijker om lichtpuntjes te vinden. Die zie je immers niet als alles licht is. Met positief in het leven staan bedoel ik: de situatie zien zoals deze is, met alle mooie en lelijke kanten, en van daaruit steeds weer naar mogelijkheden proberen te kijken. Dat lukt de ene dag beter dan de andere, en soms lukt het helemaal niet. Yoga is hierbij mijn houvast.

    Ik denk aan onze bijna 88-jarige buurman, die net als ik parkinson heeft. Tien jaar geleden verloor hij de liefde van zijn leven, waarmee hij meer dan 50 jaar was getrouwd. Wij hielden ons hart vast; zou hij het alleen redden? Loodzwaar was het, maar hij doet het nog steeds prima in zijn eentje. Zelf vindt hij dat niet knap: ‘Wat is het alternatief? In bed blijven liggen met de dekens over mijn hoofd?’ Ik vind het moedig.

    Maar de grootste held is mijn broertje. Toen we samen wegliepen bij de oncoloog, die ons zojuist had verteld helaas niets meer voor mijn broertje te kunnen doen, was ik verslagen. Mijn broertje slikte en zei: ‘Het is k@#. Maar we gaan er wel een leuke dag van maken hoor.’ Met vrienden van hem vierden we feest op een plein en hadden een topavond. Donker en licht bestaan naast elkaar, leerde ik die dag, en dat ontdek ik steeds weer met yoga. Daar is gelukkig niets giftigs aan. 

  • Toelaten

    Toelaten

    Jaren probeerde ik het; ik móest en zóu de Kraanvogel kunnen, een uitdagende yogahouding waarbij je met je knieën steunt op je ellenbogen. Inderdaad, uitdagend. Maar hoe verbeten ik het ook bleef proberen, ik kreeg het niet voor elkaar om in de houding een balans te vinden. Ik kukelde voorover of naar achteren, viel opzij of zakte door mijn armen. Uiteindelijk liet ik de Kraanvogel gefrustreerd links liggen; niet voor mij weggelegd. Maar een pijnpunt bleef het wel. Ik had toch mijn best gedaan? Waarom lukte het dan toch niet?

    Toen de Amerikaanse gedragsonderzoeker Leidy Klotz een keer samen met zijn zoontje een brug van lego aan het bouwen was, gebeurde er iets bijzonders. De brug stond namelijk scheef, en Leidy ging op zoek naar een extra legosteen om de brug recht te maken. Maar terwijl hij daarnaar op zoek was, had zijn zoontje het probleem allang opgelost door aan de andere kant van de brug een steentje wég te halen. Een briljante oplossing, zo vond Klotz, waar hij zelf nooit op gekomen zou zijn. Hij vroeg zich af waarom niet en startte een serie onderzoeken.

    Hoe komt het dat we, om problemen op te lossen, altijd dingen willen doen of toevoegen, direct in actie willen komen, harder willen proberen, terwijl iets weglaten of ergens mee stoppen vaak minstens zo effectief zou kunnen zijn? Volgens Klotz zijn er verschillende biologische, sociale en culturele factoren die maken dat we altijd meer willen, ook om problemen op te lossen. Zelf verdenk ik onze illusie van controle ervan hier een grote rol in te spelen. Als je iets dóet heb je de zaak immers in de hand, als je iets níet doet ben je willoos. Denken we.

    In het taoïsme kennen ze het begrip ‘wu wei’, wat letterlijk betekent ‘niet-doen’. Het wil niet zeggen dat je nooit mag handelen, maar wel dat je onderscheid leert maken tussen situaties waarin handelen gewenst is en situaties waarin niet-handelen net zo goed of beter is. Het heeft te maken met veel van de onderwerpen waar ik over schrijf: hard je best doen, het leven onder controle willen houden, het geluk willen afdwingen, de angst voor twijfel en niet-weten, je niet durven overgeven aan de stroom van het leven, vertrouwen durven hebben…

    Ook ik sprong altijd direct in de actiestand, zoals bij de Kraanvogel. Deed nog harder mijn best als iets niet meteen lukte, gooide er een schepje bovenop. Tot de zwangerschapsyogajuf een keer zei: “Je kunt de geboorte van je kind niet afdwingen door nog harder te persen, je moet het juist tóelaten, door ruimte te maken.” Niet afdwingen, maar toelaten; ergens in mijn achterhoofd bleef het zinnetje altijd rondspoken.

    Pas geleden zag ik in een anatomieboek over yoga de Kraanvogel weer opduiken. Stap voor stap stond bij de illustraties beschreven wat je het beste kon doen om in deze houding te komen. Zonder een eindresultaat voor ogen te hebben begon ik de stappen één voor één uit te voeren. Ik zou wel zien hoever ik kwam. Ontspannen was ik bezig, en ineens was ie daar: ik stond in de Kraanvogel. Verre van perfect, zag ik met een schuin oog naar de spiegel. Maar daar ging het niet om. Door iets weg te laten – namelijk de spanning van hard je best doen – en geen eindresultaat te willen afdwingen, belandde ik bijna als vanzelf in de

    Kraanvogel. Trots riep ik mijn man en tegelijkertijd viel ik om.

     

  • Kwetsbaar

    Kwetsbaar

    In tweetallen stonden we tegenover elkaar op de sfeervolle ruime zolder. Mijn ‘danspartner’ keek afwachtend en volgens mij ook een tikje geamuseerd. Het was namelijk de bedoeling dat ik in de praktijk zou gaan brengen wat we zojuist tijdens de workshop ‘Indiase tempeldans’ hadden geleerd, van een traditioneel geklede Indiase man met zwart omrande ogen die dwars door je heen leken te kijken. Deze had ons vanmiddag vol passie de eerste voorzichtige kneepjes van Bharata Natyam – een klassieke, eeuwenoude Indiase dans – proberen bij te brengen.

    Mijn danspartner keek dus enigszins geamuseerd, ik voelde me vooral ongemakkelijk. Met gemengde gevoelens had ik het programma voor deze middag bekeken. Een workshop Indiase dans, ik had geen idee gehad wat ik me daar precies bij moest voorstellen. Ik had gedacht aan buikdanseressen, die soepel en kronkelend hun buiken een eigen leven konden laten leiden. Of hadden buikdanseressen niets met India te maken? Ik wist het eerlijk gezegd niet. Wat me vooral zorgen had gebaard was de elegantie, de schijnbare lichtvoetigheid waarmee dansen over het algemeen gepaard gaat. Als ik dans is dat – mede met dank aan MrsP. – weinig lichtvoetig, laat staan elegant.

    Maar hier stonden we dus, en er werd van mij verwacht dat ik mijn danspartner zou ‘verleiden’ middels de gebaren en bewegingen die in Indiase tempels blijkbaar al eeuwenlang werden gebruikt. Terwijl ik hem zo intens mogelijk probeerde aan te kijken vormde ik met mijn ene hand een pompend hart, met mijn andere hand gebaarde ik de gevoelens van liefde en lust die uit dat hart tevoorschijn kwamen. Toen werd mijn ene hand een geopende lotusbloem, de andere hand een zoemende bij; ook in het oude India deden ze al aan bijtjes en bloemetjes.

    Na afloop vroeg de meneer met de indringende ogen ons hoe we het hadden ervaren. Ik bleek niet de enige te zijn die ongemak had gevoeld. “Hoe zou dat komen, denken jullie? Waarom voelde het voor sommige van jullie ongemakkelijk?”, informeerde hij. Nou, omdat je iemand staat te ‘verleiden’ die je nauwelijks kent natuurlijk, zo vonden een paar deelnemers. “Maar het is een rol die je speelt. Het is het verhaal van een Indiase godin die een koning duidelijk maakt dat ze van hem houdt.”

    Ik stak mijn vinger op. “Ik denk dat het ongemak ook veroorzaakt wordt doordat je je heel kwetsbaar opstelt. Je geeft aan iemand heel leuk te vinden, maar misschien vindt die ander jou helemaal niks. Dat is natuurlijk doodeng.” “Wat mooi dat je dat zegt,” reageerde de dansleider. “Het is inderdaad een verhaal over kwetsbaarheid, maar tegelijkertijd gaat het over een enorme innerlijke kracht. Want stel dat de koning de godin niet zou willen, dan zou dat niets afdoen aan haar gevoelens voor hem. Waarom zou het ook? Je mag toch tegen iemand zeggen dat je hem of haar leuk vindt? Als die gevoelens niet worden beantwoord, betekent dat toch niet dat jij niet leuk bent? Het betekent hooguit dat de ander niet weet wat hij mist.”

    Perplex realiseerde ik me de enorme bevrijding achter zijn uitleg, dat een afwijzing geen persoonlijk falen betekent, maar het probleem is van de ander. Voor de zoveelste keer bedacht ik: wat heb je aan duizend bewonderaars als je jezelf blijft afwijzen? Sindsdien probeer ik hier aan te denken, iedere keer dat ik me kwetsbaar opstel. Mijn eigenwaarde hangt niet af van de reactie van de ander. Zolang ik mezelf maar niet afwijs.

     

     

     

     

     

  • Gelijk

    Gelijk

    Wat is dat toch met ons mensen, dat we altijd gelijk willen hebben? Dat we vrijwel automatisch aannemen dat onze mening – want dat is het meestal, niet meer dan een mening – de enige juiste is? Zelf maak ik me daar ook schuldig aan, ik voel me persoonlijk geraakt als iemand een andere mening tegenover de mijne stelt. Inmiddels weet ik dat dat vooral door mijn eigen onzekerheid komt. Waarschijnlijk is dat voor veel mensen het geval; je onzekerheden verpakken in stevige meningen voelt immers lekker veilig. Prikt iemand door die verpakking heen, dan kan dat onaangenaam zijn. Het confronteert je met je eigen onzekerheid, die je juist zo goed had weggestopt.

    Vrouwen die boos zijn omdat ze vinden dat het moederschap wordt geromantiseerd versus vrouwen die zich helemaal thuis voelen in hun rol als moeder. Mensen met de ziekte van Parkinson die vaststellen dat deze diagnose hen alleen maar vastberadener maakt om de lichtpuntjes te blijven zien versus mensen met parkinson die daar woest over zijn en blijven; hoezo lichtpuntjes? Een @#$%-ziekte zul je bedoelen. Zelfs binnen de yogagemeenschap – de meest genuanceerde mensen die er bestaan, zou je denken – breekt regelmatig strijd uit tussen yogi’s die vinden dat ‘de echte yogabeginselen’ verkwanseld worden en yogi’s die deze yogabeginselen willen aanpassen naar onze Westerse maatstaven en wensen.

    Wie heeft er gelijk? Heeft er wel iemand gelijk? Ik moet denken aan het verhaal van het kleine dorpje ergens ver weg in het oosten, waar alle inwoners blind zijn. Op een dag komt de koning van het land op bezoek. Hij rijdt op een olifant, zo hebben de inwoners gehoord, om zijn macht nog meer te tonen. Een olifant, wat zou dat zijn? De blinde inwoners hebben geen idee en sturen zes van hen vooruit om de koning tegemoet te gaan en te verkennen wat een olifant is.

    De zes ontmoeten de koning op zijn olifant. De eerste blinde loopt pardoes tegen de flank van de olifant aan en zegt: “Aha, een olifant is een soort muur.” De tweede blinde voelt de slagtand van de olifant en roept uit: “Ik weet het. Een olifant is een soort speer!” De derde blinde raakt een oor aan en zegt: “Nee hoor, een olifant is een soort harig tapijt.” De vierde man die dichterbij komt, pakt toevallig de slurf van de olifant vast en stelt vast dat een olifant waarschijnlijk vooral op een slang lijkt. Intussen is de vijfde blinde man tegen een poot van de olifant aangelopen. “Een boom, een olifant is een boom,” is zijn conclusie. “Hahaha,” zegt de zesde blinde, die toevallig de staart van de olifant te pakken heeft. “Hoe kunnen jullie dat zeggen? Een olifant is een soort touw, dat voel je toch?”

    De zes bakkeleien een tijd voort, maar komen er niet uit. Ze besluiten hun geschil voor te leggen aan de koning, die inmiddels in het dorpje is neergestreken. “Help ons, heer,” smeken ze. “Wat is nou precies een olifant? Wie van ons heeft gelijk?” “Jullie zitten er allemaal naast, en toch hebben jullie ook allemaal een beetje gelijk,” antwoordt de koning. “Ieder van jullie heeft een stukje van het geheel gevoeld. Maar jullie hebben allemaal aangenomen dat dat stukje het geheel ís.”

    De volgende keer dat je koste wat kost je gelijk probeert te halen hoef je eigenlijk maar één woord tegen jezelf te zeggen. Olifant. Hoe zou de wereld eruit zien als we dát allemaal konden opbrengen?

     

     

     

     

     

  • Verandering

    Verandering

    Stomverbaasd was ik, toen ik hoorde dat de docente waar ik op dat moment zwangerschapsyoga volgde, last had van stress. Stress? Een yogadocente? In verwachting van de jongste – die inmiddels bijna 25 is, dus zo lang is dit voorval geleden – was het mijn eerste kennismaking met yoga en veel meer nog dan nu was dat destijds een tamelijk exotisch gebeuren, omgeven met mysterie en geheimzinnigheid. Wat ik me precies bij yoga moest voorstellen wist ik eerlijk gezegd ook niet, ik had alleen geen zin om weer zo’n suffe pufcursus te doen.

    Dus meldde ik me op een dinsdagavond op het opgegeven adres. Het bleek een doodgewoon rijtjeshuis in een doodgewone woonwijkstraat te zijn, nog zoiets waar ik van stond te kijken. Mensen die aan yoga deden, woonden die niet altijd in idyllische boerderijtjes, vervallen landhuizen of anders misschien in zoiets bijzonders als een tent of een pipowagen? Liefst boven op een berg? Waar ze de hele dag gelukzalig voor zich uit zaten te staren?

    Het is wel duidelijk dat ik geen enkel idee had wat yoga eigenlijk inhield. Net als nog steeds veel mensen was ook ik in de veronderstelling dat, als je eenmaal goed was in yoga, je nooit meer ongelukkig zou zijn. Of verdrietig, of bang. Yoga zou op de één of andere magische manier alle problemen in je leven laten verdwijnen en alle tegenslagen oplossen. Eigenlijk zou je hele leven veranderen. Als je maar hard genoeg yoga deed. En dan zou je dus ook vanzelf op een bijzondere plek wonen.

    Dat viel tegen. Tijdens het wekelijkse uurtje zwangerschapsyoga op de zolder van het rijtjeshuis voelde ik wel degelijk ontspanning en rust, maar zodra ik weer thuis was, bleek iedere week opnieuw dat er niets was veranderd. De oudste – toen ruim een jaar – sliep nog steeds slecht, dus wij ook. Het was nog steeds lastig om ’s avonds laat een parkeerplek te vinden in de straat. En ik kon nog steeds een beetje nerveus worden als ik aan de naderende bevalling en kraamtijd dacht.

    Hetzelfde gevoel van teleurstelling had ik een paar jaar later, toen ik aan het mediteren sloeg. Als het me met veel moeite was gelukt om tussen alle gezinshectiek door tien minuten stil te zitten – op zich al een hele opgave – bleek keer op keer weer dat de magische veranderingen die ik hoopvol had verwacht, uitbleven. Na het mediteren maakten mijn kinderen nog steeds ruzie met elkaar, moest ik nog steeds deadlines zien te halen en pieste de kat nog steeds in huis, tegen de fotoboeken aan.

    Nu weet ik dat ik een klassieke denkfout maakte. Ik verwachtte dat yoga en meditatie mijn omstandigheden zouden veranderen. Natuurlijk is dat niet zo. Het enige wat yoga en meditatie kunnen doen is je leren om anders naar die omstandigheden te kijken. En de paradox is: daardoor verandert alles.

    Yoga verandert niets aan het feit dat ik de diagnose ‘ziekte van Parkinson’ heb. Maar yoga helpt me wel om de angstige, sombere, boze of verdrietige momenten hierover gewoon te laten komen en weer gaan. Ik probeer ze niet langer krampachtig te bezweren of weg te relativeren, en juist daardoor spelen dergelijke momenten geen hoofdrol in mijn leven. Dankzij yoga probeer ik niet langer aan verwachtingen te voldoen. In plaats daarvan voel ik me nu veilig bij mezelf, ook als de omstandigheden tegen zitten. En daardoor voelt alles anders, ook al is er niets veranderd.

     

     

  • Zelfcompassie

    Zelfcompassie

    “Yoga? Ik moet er echt niet aan denken!” De hartgrondigheid waarmee mijn gesprekspartner deze uitspraak doet, verrast me, ook al zou dat op basis van zijn demografische kenmerken – man, wit, middelbare leeftijd, hetero – niet zo’n verrassing hoeven zijn. Bovendien ben ik er inmiddels wel aan gewend dat mensen vaak een heel eigen beeld creëren bij het woord ‘yoga’, en daarbij soms de meest exotische fantasieën blijken te hebben, van dubbelgevouwen slangenmensen tot wierrook brandende monniken. Toch ben ik dus verrast op deze zonnige namiddag. We zitten op een terras aan het water, waar regelmatig bootjes langsvaren. Golfjes klotsen ritmisch tegen de kade, de warmte van de lentezon is precies goed.

     


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!
     

    NEEM EEN ABONNEMENT!  
     


     

    Het is ook de stelligheid van mijn gesprekspartner die me verbaast. Hij heeft, zo blijkt, nog nooit aan yoga gedaan en is dat dus ook ab-so-luut niet van plan. Enigszins geamuseerd informeer ik naar het waarom achter deze afkeer. Wat volgt is om te beginnen een opsomming van misverstanden: “Ik ben te oud voor een strak broekje” (niet nodig bij yoga), “Ik haat het om mezelf in de spiegel te zien” (een goede yogastudio heeft geen spiegels, want het gaat er juist níet om hoe je er uit ziet) en “Mijn spieren zijn te kort, dus ik ben veel te stijf” (des te meer baat bij yoga).

    Ik geef me niet zomaar gewonnen, al moet ik oppassen dat ik daarbij geen zendeling word; iedereen heeft natuurlijk het recht om níet aan yoga te doen. Het zou alleen zo jammer zijn als dat om de verkeerde redenen was. We discussiëren dus verder, en uiteindelijk belanden we bij de kern. Het lijkt mijn gesprekspartner namelijk zo weinig ‘bevredigend’, dat yoga. “Pas als ik in de sportschool flink tekeer ben gegaan, ben ik tevreden over mezelf.” “Aha,” antwoord ik. “Dus pas als je een prestatie hebt geleverd, mag je tevreden zijn over jezelf?” Dat vindt mijn tafelgenoot nogal wiedes.

    Een paar jaar geleden zou ik buikpijn hebben gekregen van deze discussie. Ik zou namelijk diep van binnen precies hetzelfde hebben gedacht. De kritische stem in mijn hoofd, die ik Truus noem, denkt stiekem nog steeds zo, alleen weet ik inmiddels gelukkig dat er niets van klopt wat Truus allemaal roeptoetert. Eigenlijk zit ik op deze middag tegenover Truus. Maar buikpijn heb ik niet. Wat ik voel is compassie. Compassie voor een man die helemaal niet zo tevreden blijkt te zijn over zichzelf, vanwege vermeende gemiste kansen in het verleden. Een man die denkt dat het allemaal heel anders had kunnen lopen, en die daar zichzelf op afrekent. Door streng te zijn voor zichzelf, door zichzelf pas een schouderklopje te geven na het leveren van een prestatie. En zelfs dan blijft dat schouderklopje regelmatig uit, want ‘het had beter gekund’.

    Het is een bijzondere middag, waarop ik haarscherp voorgeschoteld krijg hoe onaardig ik mezelf jarenlang heb behandeld. Maar ook ontdek ik deze middag dat daarin, dankzij yoga, heel veel veranderd is. Truus zal altijd een valkuil blijven, maar yoga leert me elke dag weer dat ik niet eerst iets hoef te kunnen, te worden of te veranderen om goed genoeg te zijn. Ik hoef mijn bestaansrecht niet te verdienen. Dat recht heb ik al, simpelweg omdat ik besta. “Waar staat dat?”, vraagt mijn tafelgenoot kritisch. “Waar staat dat dat niet zo is?”, pareer ik. Helemaal overtuigd is hij niet, maar toch rijd ik na het gesprek tevreden naar huis. Niet met buikpijn of een hoofd vol twijfels, maar kalm en zeker. Met een hart vol compassie.

     

     

  • Vriendelijkheid

    Vriendelijkheid

    “Goedemorgen!” Ik zeg het opgewekt, maar mijn groet heeft geen enkel effect op de jonge vrouw die mij haastig voorbij fietst. “Of niet, natuurlijk…,” grinnik ik in mezelf, terwijl Maxie enkele lage struiken besnuffelt alsof haar leven ervan af hangt. Struiken besnuffelen schijnt voor honden zoiets te zijn als een lijst WhatsApp-berichten checken of de krant lezen, dus ik laat haar even rustig haar gang gaan.

    Sinds enige tijd hebben Maxie en ik er een sport van gemaakt om iedere voorbijganger die we tijdens onze vroege ochtendwandeling tegenkomen, een groet, een glimlach of anders op zijn minst een hoofdknikje te ontfutselen als blijk van contact. Hoe norser de blik van de naderende persoon, hoe groter de uitdaging. Zonder dat ze het weet, is Maxie daarbij vaak de eigenlijke ijsbreker; met haar bruine koppie, fluweelzachte hangoortjes en grote bruine ogen ontlokt ze menig voorbijganger onbewust een grijns op de vroege ochtend. Negen van de tien keer hebben we succes, door mijn opgewekte groet of anders door de aandoenlijke aanblik van Maxie. Wanneer iemand niet reageert – zoals de jonge vrouw op de fiets – ervaar ik dat al lang niet meer als persoonlijke afwijzing. Wat dat betreft is het ook voor mezelf een mooie oefening.

    Eén van de mensen die we vaker tegenkomen, en die altijd teruggroet, is een keurige oudere heer. Gekleed in een grijs pak en zandkleurige regenjas, bruine aktetas in de hand en altijd een mondkapje op. Vanochtend houdt hij mij na mijn gebruikelijke ‘goedemorgen’ staande. “U groet altijd zo vriendelijk,” zegt hij. “Dat valt op in deze wereld.” Verrast reageer ik: “Tja, ik houd nu eenmaal van vriendelijkheid.” “Ik ook,” antwoordt de man. “Daarom valt het me ook op.” Zijn reactie zet me aan het denken. Want hij heeft gelijk: hoewel het eigenlijk gewoon zou moeten zijn, ben ik ook altijd een beetje verrast door vriendelijkheid van een onbekende.

     


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!


     

    Hoe komt dat toch, dat we het zo spannend vinden om ‘zomaar’ vriendelijk te zijn? Zou het kunnen komen omdat voor veel mensen ‘vriendelijk’ gelijk staat aan ‘slap’, aan ‘over je heen laten lopen’? Ik vind zelfs een artikel met als kop ‘Waarom vriendelijkheid je slechtste raadgever is”. Als ik het enigszins verbaasd open, blijkt dat hier het woord ‘vriendelijk’ synoniem is voor ‘altijd rekening houden met een ander’. Zelf maakte ik ook ooit die denkfout; als puber dacht ik dat ‘hard’ zijn het beste was. “Anders red je het niet in de wereld,” schijn ik zelfs aan mijn moeder uitgelegd te hebben.

    Inmiddels weet ik dat oprechte vriendelijkheid niets te maken heeft met slap zijn, over je heen laten lopen of altijd rekening willen houden met een ander. Als je oprecht vriendelijk durft te zijn tegen iemand waarvan je op voorhand niet weet hoe dat uitpakt, is dat eerder een teken van emotionele kracht. Bovendien is het slim, want je doet je eigen mentale gezondheid er ook een plezier mee, zeggen wetenschappers. De hersenen houden van vriendelijkheid; het vergroot de kans op overleving in een groep. Helaas, zo zeggen dezelfde wetenschappers, is vriendelijkheid minder nuttig in een maatschappij waar vooral rijkdom en status de belangrijkste maatstaven lijken te zijn geworden om te kunnen overleven.

    Peinzend ben ik intussen doorgelopen, net als de keurige heer. Vlak voordat hij aan het einde van de weg de hoek omslaat, kijkt hij nog één keer om en zwaait uitbundig met zijn aktetas. Mijn dag kan niet meer stuk en ik weet zeker: vriendelijkheid kan de wereld redden.

  • Hoogsensitief? Dan werkt yoga werkt extra goed voor jou

    Hoogsensitief? Dan werkt yoga werkt extra goed voor jou

    Yoga helpt om minder stress te ervaren. Dit is vooral heilzaam voor sensitieve mensen, die stressgevoeliger zijn dan anderen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat hoogsensitieve mensen meer profijt uit yoga halen.

    Wat is hoogsensitiviteit?

    Hoogsensitiviteit is een karaktereigenschap met positieve en negatieve kanten. Hoogsensitieve personen (HSP’s) nemen meer informatie waar uit de omgeving en verwerken dit diepgaander dan anderen. Ze merken meer op en leggen meer verbanden. Dat zorgt ervoor dat ze vaak goed doorhebben wat er speelt, maar het is ook een reden dat ze eerder moe zijn. Dit waarnemen en verwerken kost namelijk veel energie. Ook zijn ze zijn gevoeliger voor prikkels, zoals licht, geluid, geur, temperatuur of aanraking. Maar ook de sociale interactie nemen ze heel goed waar: ze hebben snel door wat er speelt tussen mensen of hoe iemand in zijn vel zit.

    Meer baat bij yoga

    Wetenschapper Rei Amemiya en collega’s vroegen zich af of yoga voor hoogsensitieve studenten een goede manier kan zijn om hun psychische klachten te verminderen. Bij de start van het onderzoek bleek dat de groep hoogsensitieve studenten minder goed in hun vel zaten dan bij de andere groep. Via een test bleek dat ze minder controle hadden op waar ze hun aandacht op richtten, waardoor ze minder invloed hadden op hun emoties. Ze lieten zich met andere woorden meer overweldigen door de omgeving en konden minder goed omgaan met hun eigen emoties.

    Het interessante is, dat ná de yogales de hoogsensitieven even goed in hun vel zaten als de niet-hoogsensitieven en dat hun aandachtscontrole zelfs hoger was dan bij de niet-hoogsensitieven. De HSP’s gingen met meer stress de les in, maar hadden meer profijt van de les. Waardoor ze erna zelfs beter in staat waren te controleren waar hun aandacht naartoe ging en hun emoties te managen dan de groep niet-hoogsensitieven.

    Veel zelfreflectie

    Deze uitkomst van het onderzoek komt overeen met kennis die er al was over hoogsensitiviteit. Het blijkt namelijk dat hoogsensitieven veel aan zelfreflectie doen. Daarom hebben ze extra baat bij positieve omstandigheden: ze pikken daar extra veel van op.

    Dus als je hoogsensitief bent, is het extra aan te raden om aan yoga te gaan doen, omdat je je er stukken beter van gaat voelen.

    Vraag je je af of je hoogsensitief bent? Doe dan de test op de website.