Categorie: Blogs

  • Zelfcompassie

    Zelfcompassie

    “Yoga? Ik moet er echt niet aan denken!” De hartgrondigheid waarmee mijn gesprekspartner deze uitspraak doet, verrast me, ook al zou dat op basis van zijn demografische kenmerken – man, wit, middelbare leeftijd, hetero – niet zo’n verrassing hoeven zijn. Bovendien ben ik er inmiddels wel aan gewend dat mensen vaak een heel eigen beeld creëren bij het woord ‘yoga’, en daarbij soms de meest exotische fantasieën blijken te hebben, van dubbelgevouwen slangenmensen tot wierrook brandende monniken. Toch ben ik dus verrast op deze zonnige namiddag. We zitten op een terras aan het water, waar regelmatig bootjes langsvaren. Golfjes klotsen ritmisch tegen de kade, de warmte van de lentezon is precies goed.

     


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!
     

    NEEM EEN ABONNEMENT!  
     


     

    Het is ook de stelligheid van mijn gesprekspartner die me verbaast. Hij heeft, zo blijkt, nog nooit aan yoga gedaan en is dat dus ook ab-so-luut niet van plan. Enigszins geamuseerd informeer ik naar het waarom achter deze afkeer. Wat volgt is om te beginnen een opsomming van misverstanden: “Ik ben te oud voor een strak broekje” (niet nodig bij yoga), “Ik haat het om mezelf in de spiegel te zien” (een goede yogastudio heeft geen spiegels, want het gaat er juist níet om hoe je er uit ziet) en “Mijn spieren zijn te kort, dus ik ben veel te stijf” (des te meer baat bij yoga).

    Ik geef me niet zomaar gewonnen, al moet ik oppassen dat ik daarbij geen zendeling word; iedereen heeft natuurlijk het recht om níet aan yoga te doen. Het zou alleen zo jammer zijn als dat om de verkeerde redenen was. We discussiëren dus verder, en uiteindelijk belanden we bij de kern. Het lijkt mijn gesprekspartner namelijk zo weinig ‘bevredigend’, dat yoga. “Pas als ik in de sportschool flink tekeer ben gegaan, ben ik tevreden over mezelf.” “Aha,” antwoord ik. “Dus pas als je een prestatie hebt geleverd, mag je tevreden zijn over jezelf?” Dat vindt mijn tafelgenoot nogal wiedes.

    Een paar jaar geleden zou ik buikpijn hebben gekregen van deze discussie. Ik zou namelijk diep van binnen precies hetzelfde hebben gedacht. De kritische stem in mijn hoofd, die ik Truus noem, denkt stiekem nog steeds zo, alleen weet ik inmiddels gelukkig dat er niets van klopt wat Truus allemaal roeptoetert. Eigenlijk zit ik op deze middag tegenover Truus. Maar buikpijn heb ik niet. Wat ik voel is compassie. Compassie voor een man die helemaal niet zo tevreden blijkt te zijn over zichzelf, vanwege vermeende gemiste kansen in het verleden. Een man die denkt dat het allemaal heel anders had kunnen lopen, en die daar zichzelf op afrekent. Door streng te zijn voor zichzelf, door zichzelf pas een schouderklopje te geven na het leveren van een prestatie. En zelfs dan blijft dat schouderklopje regelmatig uit, want ‘het had beter gekund’.

    Het is een bijzondere middag, waarop ik haarscherp voorgeschoteld krijg hoe onaardig ik mezelf jarenlang heb behandeld. Maar ook ontdek ik deze middag dat daarin, dankzij yoga, heel veel veranderd is. Truus zal altijd een valkuil blijven, maar yoga leert me elke dag weer dat ik niet eerst iets hoef te kunnen, te worden of te veranderen om goed genoeg te zijn. Ik hoef mijn bestaansrecht niet te verdienen. Dat recht heb ik al, simpelweg omdat ik besta. “Waar staat dat?”, vraagt mijn tafelgenoot kritisch. “Waar staat dat dat niet zo is?”, pareer ik. Helemaal overtuigd is hij niet, maar toch rijd ik na het gesprek tevreden naar huis. Niet met buikpijn of een hoofd vol twijfels, maar kalm en zeker. Met een hart vol compassie.

     

     

  • Vriendelijkheid

    Vriendelijkheid

    “Goedemorgen!” Ik zeg het opgewekt, maar mijn groet heeft geen enkel effect op de jonge vrouw die mij haastig voorbij fietst. “Of niet, natuurlijk…,” grinnik ik in mezelf, terwijl Maxie enkele lage struiken besnuffelt alsof haar leven ervan af hangt. Struiken besnuffelen schijnt voor honden zoiets te zijn als een lijst WhatsApp-berichten checken of de krant lezen, dus ik laat haar even rustig haar gang gaan.

    Sinds enige tijd hebben Maxie en ik er een sport van gemaakt om iedere voorbijganger die we tijdens onze vroege ochtendwandeling tegenkomen, een groet, een glimlach of anders op zijn minst een hoofdknikje te ontfutselen als blijk van contact. Hoe norser de blik van de naderende persoon, hoe groter de uitdaging. Zonder dat ze het weet, is Maxie daarbij vaak de eigenlijke ijsbreker; met haar bruine koppie, fluweelzachte hangoortjes en grote bruine ogen ontlokt ze menig voorbijganger onbewust een grijns op de vroege ochtend. Negen van de tien keer hebben we succes, door mijn opgewekte groet of anders door de aandoenlijke aanblik van Maxie. Wanneer iemand niet reageert – zoals de jonge vrouw op de fiets – ervaar ik dat al lang niet meer als persoonlijke afwijzing. Wat dat betreft is het ook voor mezelf een mooie oefening.

    Eén van de mensen die we vaker tegenkomen, en die altijd teruggroet, is een keurige oudere heer. Gekleed in een grijs pak en zandkleurige regenjas, bruine aktetas in de hand en altijd een mondkapje op. Vanochtend houdt hij mij na mijn gebruikelijke ‘goedemorgen’ staande. “U groet altijd zo vriendelijk,” zegt hij. “Dat valt op in deze wereld.” Verrast reageer ik: “Tja, ik houd nu eenmaal van vriendelijkheid.” “Ik ook,” antwoordt de man. “Daarom valt het me ook op.” Zijn reactie zet me aan het denken. Want hij heeft gelijk: hoewel het eigenlijk gewoon zou moeten zijn, ben ik ook altijd een beetje verrast door vriendelijkheid van een onbekende.

     


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!


     

    Hoe komt dat toch, dat we het zo spannend vinden om ‘zomaar’ vriendelijk te zijn? Zou het kunnen komen omdat voor veel mensen ‘vriendelijk’ gelijk staat aan ‘slap’, aan ‘over je heen laten lopen’? Ik vind zelfs een artikel met als kop ‘Waarom vriendelijkheid je slechtste raadgever is”. Als ik het enigszins verbaasd open, blijkt dat hier het woord ‘vriendelijk’ synoniem is voor ‘altijd rekening houden met een ander’. Zelf maakte ik ook ooit die denkfout; als puber dacht ik dat ‘hard’ zijn het beste was. “Anders red je het niet in de wereld,” schijn ik zelfs aan mijn moeder uitgelegd te hebben.

    Inmiddels weet ik dat oprechte vriendelijkheid niets te maken heeft met slap zijn, over je heen laten lopen of altijd rekening willen houden met een ander. Als je oprecht vriendelijk durft te zijn tegen iemand waarvan je op voorhand niet weet hoe dat uitpakt, is dat eerder een teken van emotionele kracht. Bovendien is het slim, want je doet je eigen mentale gezondheid er ook een plezier mee, zeggen wetenschappers. De hersenen houden van vriendelijkheid; het vergroot de kans op overleving in een groep. Helaas, zo zeggen dezelfde wetenschappers, is vriendelijkheid minder nuttig in een maatschappij waar vooral rijkdom en status de belangrijkste maatstaven lijken te zijn geworden om te kunnen overleven.

    Peinzend ben ik intussen doorgelopen, net als de keurige heer. Vlak voordat hij aan het einde van de weg de hoek omslaat, kijkt hij nog één keer om en zwaait uitbundig met zijn aktetas. Mijn dag kan niet meer stuk en ik weet zeker: vriendelijkheid kan de wereld redden.

  • Hoogsensitief? Dan werkt yoga werkt extra goed voor jou

    Hoogsensitief? Dan werkt yoga werkt extra goed voor jou

    Yoga helpt om minder stress te ervaren. Dit is vooral heilzaam voor sensitieve mensen, die stressgevoeliger zijn dan anderen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat hoogsensitieve mensen meer profijt uit yoga halen.

    Wat is hoogsensitiviteit?

    Hoogsensitiviteit is een karaktereigenschap met positieve en negatieve kanten. Hoogsensitieve personen (HSP’s) nemen meer informatie waar uit de omgeving en verwerken dit diepgaander dan anderen. Ze merken meer op en leggen meer verbanden. Dat zorgt ervoor dat ze vaak goed doorhebben wat er speelt, maar het is ook een reden dat ze eerder moe zijn. Dit waarnemen en verwerken kost namelijk veel energie. Ook zijn ze zijn gevoeliger voor prikkels, zoals licht, geluid, geur, temperatuur of aanraking. Maar ook de sociale interactie nemen ze heel goed waar: ze hebben snel door wat er speelt tussen mensen of hoe iemand in zijn vel zit.

    Meer baat bij yoga

    Wetenschapper Rei Amemiya en collega’s vroegen zich af of yoga voor hoogsensitieve studenten een goede manier kan zijn om hun psychische klachten te verminderen. Bij de start van het onderzoek bleek dat de groep hoogsensitieve studenten minder goed in hun vel zaten dan bij de andere groep. Via een test bleek dat ze minder controle hadden op waar ze hun aandacht op richtten, waardoor ze minder invloed hadden op hun emoties. Ze lieten zich met andere woorden meer overweldigen door de omgeving en konden minder goed omgaan met hun eigen emoties.

    Het interessante is, dat ná de yogales de hoogsensitieven even goed in hun vel zaten als de niet-hoogsensitieven en dat hun aandachtscontrole zelfs hoger was dan bij de niet-hoogsensitieven. De HSP’s gingen met meer stress de les in, maar hadden meer profijt van de les. Waardoor ze erna zelfs beter in staat waren te controleren waar hun aandacht naartoe ging en hun emoties te managen dan de groep niet-hoogsensitieven.

    Veel zelfreflectie

    Deze uitkomst van het onderzoek komt overeen met kennis die er al was over hoogsensitiviteit. Het blijkt namelijk dat hoogsensitieven veel aan zelfreflectie doen. Daarom hebben ze extra baat bij positieve omstandigheden: ze pikken daar extra veel van op.

    Dus als je hoogsensitief bent, is het extra aan te raden om aan yoga te gaan doen, omdat je je er stukken beter van gaat voelen.

    Vraag je je af of je hoogsensitief bent? Doe dan de test op de website.

     

     

  • Verslaafd

    Verslaafd

    Een paar jaar geleden liet ik een DNA-test doen voor een artikel dat ik schreef. Uit die test kwam onder andere naar voren dat ik nogal verslavingsgevoelig ben. Dat klopt, alhoewel ik mijn laatste sigaret inmiddels veertien jaar geleden rookte en alcohol gelukkig weet te beperken tot een paar keer per jaar. So far so good dus, maar er is nóg een verslaving. Een hardnekkige. Eén die zich niet zomaar laat uitwissen en die bij de minste stimulans de kop weer op steekt.

    Jaren leefde ik in onwetendheid van mijn hunkering. Ik wist niet beter dan dat de zucht naar aandacht – of meer precies: naar complimenten, goedkeuring, bevestiging – nu eenmaal bij mij hoorde. Het was zelfs één van de drijvende krachten achter mijn schrijfwerk; ieder gepubliceerd artikel voelde als een bevredigend shot. Tijdelijk dan, want zoals voor elke drug geldt, heb je op den duur steeds meer nodig voor hetzelfde lekkere gevoel. En net zoals elke verslaafde had ik geen oog voor de schade die de hunkering intussen aanrichtte: deadlinestress en steeds weer die slopende onzekerheid of het ingeleverde stuk wel goed genoeg was.

    Zo leefde ik jaren ‘van buiten naar binnen’. Pas als er van buiten voldoende bevestiging kwam, voelde ik me van binnen kortstondig oké, net zoals een alcoholist zich prima voelt zolang er voldoende drank aanwezig is of een cokegebruiker zolang hij zijn grammen binnen handbereik heeft. Kortstondig, want een drugsroes duurt altijd maar kort. Maar dat had ik – net als elke verslaafde – niet door, totdat ik vorig jaar aan de opleiding tot yogadocent begon.

    Met behulp van de yogahoudingen leerde ik mijn patronen onderzoeken, de duistere krochten van mijn binnenwereld verkennen en zo ontdekte ik dat de roes van complimenten en goedkeuring niets meer is dan dat: een roes die voorbij gaat. Ik ontdekte dat het ongelooflijk veel rust geeft als je die roes niet langer hoeft na te jagen. Als je de hunkering kunt laten voor wat het is. Inderdaad, net als iedere verslaafde. Ik ontdekte dat het leven niet slechter werd zonder die roes. Integendeel, het werd alleen maar mooier en echter, naarmate ik meer ‘van binnen naar buiten’ ging leven. Yoga hielp me daarbij.

    Ik was genezen, dacht ik. Maar met het leren lesgeven kwam het oordeel van de buitenwereld weer om de hoek kijken en bleek hoe hardnekkig deze verslaving is. Dat had ik niet meteen door, ik was gewoon blij met elk compliment en merkte niet hoe dat op slinkse wijze mijn hunkering weer stimuleerde. Normaal gesproken is een compliment natuurlijk ook niet schadelijk, net zoals een glas wijn op zijn tijd geen kwaad kan. Maar voor verslaafden gelden andere regels. Dan verzadigt een glas wijn niet, maar wakkert het slechts de zucht naar meer aan. Precies zo werkt het voor mij: een dosis goedkeuring of bevestiging stelt me niet gerust; ik wil alleen maar méér.

    Het succesvol bestrijden van elke verslaving begint met eerlijkheid, met het erkennen van de hunkering: ik ben Dominique en ik ben verslaafd aan goedkeuring en bevestiging. Zo, dat is eruit. Het zal altijd een aandachtspunt blijven (pun intended), maar ik ga weer vol goede moed aan de slag. Ik zou bijna zeggen: geen complimenten meer, alsjeblieft, ik ben een verslaafde-in-herstel. Maar ik weet niet of ik al zover ben…

     

     

     

  • Yoga, mijn aan- en uitknop

    Yoga, mijn aan- en uitknop

    Ik ben nogal bewegelijk. Zowel fysiek als mentaal. Twintig jaar geleden besloot ik fitness- en aerobic instructrice te worden. Ik sportte me toch al een slag in de rondte en bedacht me dat ik dan net zo goed fulltime aan de slag kon. Ik was toch immers dagelijks op de sportschool aanwezig. Ik volgde allerlei cursussen zodat ik alle soorten sportles kon geven. Spinnen, steppen, pumpen, maar ook Body Balance. Dat is een soort yoga, maar dan op 45 toeren. Dat klopte mijns inziens niet. De bewegingen gingen te snel en ik zag dat de mensen die de lessen volgden allerlei fouten maakten door de snelheid waarmee ze uitgevoerd moesten worden. Ik ging me verdiepen in het yogagedeelte van de Body Balance lessen en besloot een opleiding tot yoga-instructeur te gaan volgen. Terugkijkend was dat het moment waarop ik begon met stoppen te rennen en te springen. Ik had mijn aan- en uitknop gevonden.

    Druk, druk, druk

    Ik zei het al; ik ben best druk en zocht mijn hele leven de drukte op. Ik werkte als freelance sportinstructrice, hielp mijn man met zijn bedrijf, voedde drie kinderen op en startte na het faillissement van het bedrijf van mijn man samen met hem een nieuw bedrijf wat uiteindelijk resulteerde in zes lunchrooms op het hoogtepunt. Of dieptepunt. Het is maar hoe je het bekijkt. Oh ja, ik bleef ook gewoon les geven natuurlijk. Zo kon ik tenminste met overgave zeggen wanneer iemand me vroeg hoe het ging dat ik lekker druk was!

    Elk nadeel…

    Soms zit het mee en soms zit het tegen. Maar elk ‘nadeel heb ze voordeel’, zeg maar. Na zeven jaar keihard te hebben gewerkt sloten we 2019 af met eindelijk echt mooie cijfers en leek 2020 nog beter te worden. We hadden ondertussen het aantal restaurants terug gebracht van zes tot een behapstukbaardere drie. We leken het lek boven te hebben. Maar toen kwam corona om de hoek kijken, moesten we onze horecazaken dicht doen en kwam alles in een stroomversnelling terecht. We bedienden met onze lunchrooms de zakelijke markt, maar alle kantoren gingen dicht en bleven dicht. We hadden geen schijn van kans en als snel namen we de beslissing dat het een gebed zonder eind zou worden -wat ook bleek te kloppen achteraf gezien-. Zoals altijd gaat alles fout als het eenmaal bergafwaarts gaat. Binnen no-time hadden we niet alleen geen zaken meer, maar ook geen huis en werd ons droomproject in Limburg, een B&B, ons door onze partners door de neus geboord. We hadden de zaken niet goed geregeld en stonden met lege handen. Dat klinkt allemaal nogal heftig en dat was het ook. Maar het was ook de start van een complete reset. Soms moet er aan de noodrem worden getrokken en dat gebeurde ook. Mijn trein kwam nogal abrupt tot stilstand. God zij dank…

    Lost And Found

    Ik zei “God zij dank” en dat meen ik ook. Wanneer ik naar mezelf kijk in die hectische periode dan kan ik niet anders concluderen dan dat ik mezelf volledig was kwijtgeraakt. Waren we niet ‘een handje geholpen’ door de hele corona-situatie, dan had ik nog steeds op volle snelheid door het leven geraasd. En ik denk dat dat niet goed zou zijn afgelopen… Nu werd ik echter van het ene op het andere moment geforceerd tot een halt geroepen. Wat er dan gebeurt is dat je van de ene op de andere dag zeeën van tijd hebt. Dat kan verkeerd uitpakken, want het risico bestaat dat je ‘in je hoofd gaat zitten’. Vergeet niet dat ik in no-time alles kwijt raakte. Tenminste, dat was de algemene aanname. Vreemd genoeg ervoer ik het als een geschenk. Opeens had ik de mogelijkheid om te doen wat ik echt graag wilde. Ik begreep nu dat ik al jaren aan het rennen was om een zaak met tientallen mensen draaiende te houden, maar dat ik aan het doordraaien was. Toen we als klap op de vuurpijl te horen kregen dat ons droomprojectje in Limburg einde verhaal was kreeg mijn schoonzus diezelfde dag een hersenbloeding en lag ze in coma. De lieverd werkte al acht jaar voor me en dat was de druppel. Ik zei tegen me man dat iedereen het heen en weer kon krijgen, maar dat ik naar Santiago de Compostella ging lopen. Mijn man dacht niet na en zei meteen dat hij mee ging. Dat was de start van een reis waarop ik mezelf weer zou vinden.

     

    Een Lang Verhaal

    Het is een lang verhaal en ik zal op deze plek later meer vertellen over het hoe en wat, maar we liepen 1600 kilometer in twee en een halve maand van Narbonne in Zuid Frankrijk naar Santiago de Compostella in Spanje. We liepen vorig jaar ten tijde van de wereldwijde lockdown dwars door de Pyreneeën en we kwamen dagenlang niemand tegen. Ik kan je vertellen dat wandelen door de natuur misschien wel het meest meditatieve is wat je kunt doen. Urenlang liep ik zonder een woord te praten en met elke stap liet ik meer los en kwam ik dichterbij mezelf. Dat proces is tot op de dag van vandaag gaande. Het mooie is dat we in Spanje zijn blijven hangen en we als ‘oppassers’ in een kapitale villa zijn beland. Ik beging de dag aan met een meditatie gevolgd door een duik in zee en een yogasessie. Mijn man doet mee, en is helemaal om. Hij vindt het heerlijk! En ik ook. Ik heb wanneer de zonnegroet doe namelijk mijn aan- en uitknop weer gevonden. Dat daarvoor eerst wel het één en ander moest gebeuren maakt het alleen maar mooier.

  • Mantra’s

    Mantra’s

    Wat zijn mantra’s?

    Mantra’s zijn gebeden in het Sanskriet waarbij een zin of een paar zinnen herhaald worden. Ze zijn bedoeld om je naar een hogere staat van bewustzijn te brengen. Letterlijk betekent het woord Mantra: bevrijding van de geest. Een mantra zingen of luisteren is een vorm van meditatie. Je bent bewust bezig met je geest om een tekst of melodie te zingen. Eigenlijk is muziek luisteren en zingen dat dus altijd! Het mooie van mantra’s is dat ze vaak een boodschap hebben en deze wil ik graag met jullie delen zodat het luisteren van mantra’s een diepere betekenis voor je krijgt.

    Mijn favoriete mantra’s en hun betekenis

    Als ik zelf luister vind ik het een mooie gedachte dat er altijd mensen in de wereld zijn die op hetzelfde moment als ik deze mantra zingen of beluisteren. Het schept een gevoel van verbinding met jezelf, anderen en het universum. Omdat er betekenis achter de mantra’s schuilt kun je deze inzetten terwijl je zingt of luistert zodat er positieve energie het universum in stroomt. Als je gelooft dat alles met elkaar verbonden is dan helpt het inzetten van deze energie voor een betere en positievere wereld. Maar je kunt ze ook inzetten en toepassen alleen op jezelf! Het is net wat bij je past.

    Mantra van de wijsheid en groei – Om Mani Padme Om

    Deze mantra komt uit het Tibetaans boeddhisme en betekent “groeien van de wijsheid”. Bij het luisteren van deze mantra kun je je focussen op het loslaten van negatieve emoties en gevoelens waarna je je lichter voelt en daardoor wijzer. De negatieve kant van trots, jaloezie, verlangen, onwetendheid, hebzucht en boosheid wordt minder zodat je inzicht krijgt in de aard van deze emoties en daardoor jezelf beter kunt leren kennen. 

    Mantra van en voor de liefde – Tumi Bhaja Re Mana

    Deze mantra komt uit het Hindoeïsme en is de mantra van de liefde. Liefde is universeel: iedereen wil liefhebben en liefgehad worden. Deze mantra opent jouw hart zodat je liefde kunt ontvangen en geven, voor anderen en jezelf. Er wordt zelfs gedacht dat deze mantra zingen jouw aantrekkingskracht vergroot en dat deze op spiritueel niveau kan worden gehoord door de persoon voor jou bestemd.

    Mantra voor het herstel van de verbinding met jezelf  – Om Namah Shivaya

    Een hele bekende mantra is Om Namah Shivaya. Deze mantra is een buiging naar de god Shiva (Hindoeïsme). Heb je veel last van stress en vind je het moeilijk om te ontspannen? Deze mantra brengt je dichter bij jezelf en schept helderheid bij het oplossen van problemen of het helen van negatieve ervaringen. Daarmee opent het jouw universele energie en daar word je rustiger van.

    Mantra voor vrede – Om Asatoma Sadhgamaya

    Als laatste dan de mantra voor vrede. Op dit moment is er nog steeds niet overal in de wereld vrede. Maar ook in ons eigen leven kunnen we oorlog of ruzie ervaren. Deze mantra kun je zingen en luisteren met de gedachte aan vrede.

    Mantra’s zijn er in vele verschillende versies en uitvoeringen en iedereen kan en mag zijn eigen melodie maken. Dat geeft een grote verscheidenheid aan mantra’s en melodieën. Je kunt ze vinden op Spotify of Youtube of je kunt een keer een workshop mantra’s zingen volgen.

    Wil je deze mantra’s een keer beluisteren? Ik heb de mooiste uitvoeringen op een playlist gezet op Spotify. Deze kun je hier luisteren.

    Geniet ervan en laat je meeslepen door de prachtige woorden en melodieën.

     

    Namasté,

     

    Lisa

  • Eindtoets

    Eindtoets

    “Vandaag krijgen jullie de eindtoets van dit jaar mee naar huis.” De docente van de yogaopleiding begint een stapel papieren uit te delen. Vorig jaar schrok ik enorm van deze onverwachte wending; een tóets? Waar je dus fouten in kunt maken? Truus kwam meteen in actie en blèrde: ‘Ha, daar ga je vast helemaal niks van bakken!’ Even was ik nog misleid door het feit dat je de toets thuis mocht maken. Dat zou het vast makkelijker maken. Maar inmiddels weet ik dat de antwoorden op de meeste vragen van een yogatoets nergens terug te vinden zijn. Behalve in jezelf.

    Ook de toets die we vandaag mee krijgen bevat dergelijke vragen. Ik geef toe: voor de opdracht ‘beschrijf het achtvoudige pad van Patanjali’ is het handig om gebruik te kunnen maken van onze syllabus. Maar daarin zal ik weinig informatie vinden die me kan helpen om antwoord te geven op vragen als: waar ligt jouw uitdaging bij het yogadocentschap? Of: wat betekent hatha yoga voor jou persoonlijk? De uitsmijter is de allerlaatste van de 43 toetsvragen: wie ben jij?

    Zouden er werkelijk mensen zijn die deze vraag echt en waarachtig kunnen beantwoorden?, vraag ik me af. Natuurlijk, ik kan een omschrijving geven aan de hand van een aantal (soms) tegenstrijdige karaktertrekken die mij kenmerken: gedisciplineerd, maar soms ook gemakzuchtig, opgewekt, maar soms ook zwaarmoedig, sterk, maar soms ook onzeker, optimistisch, maar soms ook bang, intelligent, maar soms ook onnozel… Ik kan uitgaan van de verschillende rollen die ik vervul in mijn leven. Ik ben bijvoorbeeld: journalist, auteur, moeder, dochter, zus, echtgenote, vriendin, buurvrouw, persoon met parkinson…

    Ik kan uitgaan van wat anderen in de loop van mijn leven tegen mij zeiden. ‘Jij bent zo onhandig!,’ zei mijn stiefmoeder. ‘Jij bent zo slim!’, zei mijn economiedocent. ‘Jij bent zo saai,’ zei het ene vriendinnetje. ‘Jij bent zo gevoelig,’ zei het andere vriendinnetje. ‘Je bent niet mooi,’ zei het ene vriendje. ‘Je bent zo wit,’ zei het andere. Ik kan uitgaan van de verhalen die ik over mijzelf vertel: dat ik ongelooflijk trots ben op mijn gezin, dat ik graag schrijf over wat mij bezighoudt, dat ik in het omgaan met mijn aandoening steeds de lichtpuntjes probeer te ontdekken, dat ik openheid en verbinding met anderen een heel belangrijke waarde vind, dat ik diep van binnen denk dat ik niet voldoe…

    Zo kan ik talloze invalshoeken bedenken om een omschrijving van mezelf te geven, maar die zullen allemaal nooit volledig antwoord kunnen geven op de vraag: wie ben ik? Alleen al om de simpele reden dat woorden maar woorden zijn; ze zijn – zoals ik al eens eerder schreef – een weergave van iets dat niet altijd in woorden is te vatten. Natuurlijk probeer ik dat steeds weer, maar ik ontdek meer en meer de beperkingen van woorden. Ik weet inmiddels: hoe meer ik mezelf ontdek, hoe moeilijker dat in woorden is te vatten. Mijn antwoord op de laatste toetsvraag eindigt dan ook zo: ‘Het mooiste dat ik de afgelopen twee jaar over mezelf heb ontdekt, is dat ik veilig ben bij mezelf. Hoe dan ook. Dat is een ongelooflijke geruststelling, en misschien veelzeggender dan welke omschrijving ook.

     

     

  • Ongemak

    Ongemak

    Het is dom, ik weet het. Maar ik was even vergeten dat het niet verstandig is om op Twitter – ook wel het afvoerputje van de menselijke beschaving genoemd – rond te neuzen terwijl ik me nog zo had voorgenomen om er een mooie dag van te maken. Ik belandde op Twitter omdat ik in een online artikel iets had gelezen over ene ‘Mies’, die op Twitter zou hebben geroeptoeterd dat ze ‘helemaal klaar was met al die terminale mensen die de publiciteit opzoeken’. Vooral Bibian Mentel, die ‘kon ze op gegeven moment gewoon niet meer zien’.

    Mies’ Twitteraccount meldt dat Mies ‘schrijft voor geld’, waarbij ze  – aan haar uitlatingen te zien – vermoedelijk op geld uit Telegraafkringen doelt (hoe botter de bijl, hoe beter). Mies bleek inderdaad te kennen te hebben gegeven dat ze het helemaal had gehad met die ‘emoporno’, zoals bijvoorbeeld de deelname van Jan Rot aan De Slimste Mens. ‘Volgende week de doorligwonden van Jan Rot’, tweette ze quasi-komisch. Toch moet Mies enkele hersencellen bezitten, want ze had wel een vermoeden dat je zoiets ‘eigenlijk niet mag zeggen’.

    Maar wat me eigenlijk nog meer verbaasde, was de bijval die Mies op Twitter kreeg. Tientallen mensen beaamden ook genoeg te hebben van (terminaal) zieken in de openbaarheid: ‘Houd dat lekker binnenskamers!’. Ofwel: bezoedel onze illusie van een maakbare wereld niet met de rauwe werkelijkheid, aub. Tot zover de verkorte cursus ‘Hoe houd je taboes in stand?, of ‘Hoe schrap je (terminaal) zieken alvast uit het leven?’.

    Natuurlijk is het niet altijd fijn, aangenaam of prettig om geconfronteerd te worden met de eindigheid van iemands gezondheid. Dat veroorzaakt gevoelens van ongemak; het zou jou immers ook kunnen overkomen. En omdat je zelf zo negatief tegenover dergelijk ongemak staat, is dat een des te dreigender vooruitzicht. Want dan gaan mensen dus ook tegen jou roepen dat je je shit vooral voor jezelf moet houden. De makkelijkste manier om dit ongemak weg te toveren? Heel hard en stoer roepen dat (terminaal) zieken hun ellende lekker achter de voordeur moeten verstoppen.

    Er is ook een andere manier. Ik weet niet of Mies daarvoor zou openstaan – op grond van haar tweets gok ik van niet – , maar met behulp van yoga kun je deze ongemakkelijke gevoelens en gedachten eens nader onderzoeken. Wat maakt dat je beschaamd je hoofd wegdraait als iemand met de ziekte van Parkinson zijn eigen jas niet kan dichtritsen? Waarom zap je liever weg dan iemand in de laatste maanden van zijn leven te zien meedoen aan een televisiequiz? Hele lastige vragen, ik weet het. Maar net als met lastige yogahoudingen zijn dit wel precies de momenten dat er echt iets te leren valt.

    Daarmee wil ik niet zeggen dat we ons continu moeten onderdompelen in het leed van anderen. Ik wil alleen zeggen dat het wegwensen van dit leed, of in ieder geval baldadig tweeten dat al die sentimentele terminaal zieken hun leven maar stilletjes en geruisloos moeten uitzitten, een erg eenzijdig beeld geeft van het leven. Ongemak hoort daar net zo goed bij, ook al is het niet leuk. Omdat ik niet weet of Mies hier een boodschap aan heeft, is hier nog een les die ik dankzij yoga heb geleerd: van mensen als Mies hoef ik me gelukkig niets aan te trekken.

  • De 7 lagen van Yoga volgens Lisa

    De 7 lagen van Yoga volgens Lisa

    Yoga bestaat uit meerdere lagen en dat maakt het ook zo mooi!  

    Laag 1: Je leert je lichaam kennen

    De eerste laag is de fysieke laag. Als je net begint met het beoefenen van yoga ligt de uitdaging in het zo goed en veilig mogelijk uitvoeren van de yoga houdingen. Hier zorg je ervoor dat je instructies goed volgt en dat jouw lijnen recht worden zodat je de houdingen steeds beter begint te ontdekken en te leren. Vaak gaat dit gepaard met een balans vinden tussen een gevecht met jezelf om in een houding te komen, de houding vol te houden of het vinden van balans. In het begin zal je voornamelijk ongemak ervaren en zoals met alles: oefening baart kunst!

    Laag 2: Stop de strijd in jezelf

    Als je langer yoga beoefend word je je ervan bewust dat je niet steeds de strijd met jouw lichaam aan hoeft te gaan. Waar je in het begin misschien een strijd aangaat om net zo lenig te zijn of net zo gebalanceerd als een ander, krijg je na verloop van tijd minder last van anderen om je heen. Ook ben je soms aan het strijden om in een houding te blijven, om net iets dieper te gaan en jezelf steeds beter te laten worden in de houding. Dit is een continue leerproces waardoor je beter wordt in de houdingen en deze worden opgeslagen in jouw lichamelijk geheugen. Je leert jouw eigen lichaam kennen en weet waar jouw krachten, balans en uitdagingen liggen.

    Laag 3: Acceptatie

    Wanneer je minder last hebt van strijd met jezelf en de anderen om je heen ga je voelen dat jouw lichaam de houdingen leert kennen, onthoudt en kun je aanvoelen wat jij op welk moment nodig hebt. Ook accepteer je jouw lichaam, krachten en uitdagingen en leer je dat elke dag anders is en anders voelt. De ene dag gaat makkelijker dan de andere dag.

    Laag 4: Ademhaling

    Zodra je meer aan de verschillende houdingen begint te wennen en jouw lichaam houdingen in geheugen heeft opgeslagen vervolg je jouw weg naar de volgende fase: het verbinden van de houdingen met de ademhaling. Of het nu Vinyasa is of Yin, je kunt je ademhaling altijd inzetten en houdt focus op je ademhaling waardoor de yoga les een lange meditatie wordt. Adem in, adem uit.

    Laag 5: Stilte

    Heb je de houdingen onder de knie en opgeslagen in jouw lichamelijk geheugen? Ben je niet steeds meer bezig met de fysieke uitdaging? Heb je minder strekkende pijn in de houdingen en ben je niet in strijd met de andere deelnemers? Kun je je ademhaling blijvend verbinden? Dan zal je merken dat je soms stil wordt. Dat je stilte en de rust in bepaalde houdingen kunt vinden en dat je even de strijd neerlegt. Stil zijn in beweging zonder gedachten en emoties. Al is het maar voor een moment.

    Laag 6: Verlichting

    De laatste laag is dat je door alle voorgaande fasen te doorlopen tot een verhoogde staat van bewustzijn kunt komen. Een verbinding met jouw hogere zelf en energie. Het is een gevoel van verlichting, liefde en verbondenheid met alles om je heen.

    Laag 7: Alles gaat voorbij

    Alles gaat voorbij. Elk pijntje, elke houding en elk moment. Jouw lichaam en geest zijn continue in beweging. Je leeft nu dus geniet van het moment en ga door om elke keer de gelaagdheid weer te voelen. De ene dag in laag 1 en de andere dag in laag 6 (en alles daartussen in).

    De enige zekerheid die je hebt is dat de zon weer opkomt. En dat je yoga kunt doen. Waar je ook bent.

    Namasté

     

  • Ruimte is overal

    Ruimte is overal

    “Wat kun je door je ziekte allemaal niet meer?” De interviewster vraagt het oprecht geïnteresseerd. Ze is niet de enige; doordat ik open ben over mijn parkinson, word ik er af en toe over geïnterviewd. Ook privé leidt mijn openheid er – gelukkig – toe dat mensen alles durven te vragen. In al die openheid valt me echter iets op. De vraag ‘Wat kun je allemaal niet meer?’, ook wel vermomd als ‘Waar heb je het meest last van?’ wordt vrijwel altijd gesteld door mensen die zelf geen chronische ziekte hebben. Mensen die gewend zijn alles te kunnen doen zonder daar bij na te denken en een aandoening als parkinson enkel zien als beperking, waardoor je steeds minder kunt. Iets wat ik heel goed begrijp, waarschijnlijk had ik vijf jaar geleden zelf ook zo gedacht.

    Maar nu komt het bijzondere: door mijn parkinson – en vooral ook door yoga – ontdek ik steeds meer over de ruimte tússen de beperkingen. Ruimte is er namelijk altijd, overal. Alleen zijn wij gewend om ons uitsluitend te richten op de beperkingen in die ruimte. Denk aan een lege pagina met daarop een kleine stip. Op de vraag ‘Wat zie je hier?’ antwoordt bijna iedereen ‘Een stip.’ Onze aandacht gaat automatisch naar die kleine stip, niet naar de zee van ruimte eromheen.

    Ooit was dit van levensbelang; als in de schier eindeloze savannevlakte aan de horizon een stip opdook, was de kans groot dat je met een hongerig roofdier te maken had. Goed om te weten: wegwezen! Het risico dat je tegenwoordig nog ten prooi valt aan een wild beest is aanzienlijk geslonken, maar toch is ons brein daar nog steeds op afgesteld. We blijven dus hardnekkig focussen op stippen en beperkingen en vinden de eindeloze ruimte zo vanzelfsprekend dat we hem niet opmerken.

    Dankzij yoga leer ik die ruimte nu wél op te merken. Om me heen, maar ook in mezelf. Bij een vooroverbuiging bijvoorbeeld; dat kan een behoorlijke uitdaging zijn met een stijve (onder)rug of stijve benen, waardoor het nooit lukt om voorovergebogen je handen op de grond te brengen. Je ‘kunt iets niet vanwege een beperking’, denk je dan wellicht. Maar wie zegt dat je handen per se op de grond moeten komen? Misschien kom je tot je knieën. Dan adem je een keer diep in je buik, laat je uitademend een fractie spanning los en kom je misschien een millimeter verder. Dát – die millimeter – is ruimte. Zo is er vrijwel altijd ruimte te vinden (of te maken), ook in ingewikkeldere situaties.

    Natuurlijk ben ik ook bang voor grote stippen aan de horizon. Niet meer goed kunnen communiceren bijvoorbeeld, dat lijkt mij heel erg. Maar ook om die stip heen is ruimte te vinden, want communiceren kan op zoveel meer manieren dan alleen met woorden. Een knuffel, een blik, een hand of alleen maar aanwezig zijn; allemaal ruimte.

    Over de vraag ‘Wat kun je niet meer?’, moet ik dan ook vaak even nadenken. Er gaan zeker dingen moeizamer – roerbakken, haasten, twee dingen tegelijk doen, slapen en strakke deadlines halen bijvoorbeeld – maar de ruimte daar omheen is nog steeds oneindig veel weidser. De stippen worden de komende jaren ongetwijfeld steeds talrijker en groter, maar zolang er nog kleine gaatjes ruimte gloren, blijf ik me daarop focussen.