Categorie: Blogs

  • Leerzame dag

    Leerzame dag

    We zitten in een ruime kring – anderhalve meter tussen elk matje – op de grond. Acht yogadocenten die vandaag meer kennis hopen op te doen over het geven van yogales aan mensen met de ziekte van Parkinson, een parkinson-verpleegkundige en wij: de drie ervaringsdeskundigen en organisatoren van deze dag. Mijn rol is een dubbele; niet alleen ben ik ervaringsdeskundige als het om parkinson gaat, ik ben vandaag ook dagvoorzitter en bovendien zelf yogadocent. Weliswaar in opleiding, maar toch.

    Als dagvoorzitter is het onder andere mijn taak om ervoor te zorgen dat de dag volgens schema verloopt, maar nu zit ik even in mijn rol als ervaringsdeskundige. De yogadocenten hebben zojuist allemaal een stukje yogales gegeven op basis van alles wat ze vanochtend hebben geleerd over de aandoening en zijn nu benieuwd hoe wij – de doelgroep, zeg maar – dit hebben ervaren.

    “Leuke les,” zeg ik. “Maar het viel me wel op dat jullie erg voorzichtig zijn. Ook mensen met parkinson mag je best een beetje uitdagen, hoor. Als iets niet lukt, kunnen ze dat prima zelf aangeven.” Zo, dat misverstand – dat je mensen met parkinson heel voorzichtig moet behandelen – heb ik even uit de weg geruimd, denk ik tevreden. De yogadocenten nemen mijn feedback tot zich en maken aantekeningen. “Oké, dus het mag wel wat pittiger?”

    Dan steekt één van de andere ervaringsdeskundigen bescheiden haar hand op. “Eigenlijk heb ik het heel anders ervaren,” begint ze voorzichtig. “Voor mij ging het veel te snel, waardoor ik helemaal blokkeerde. Dat is nieuw voor mij en ik vind het best confronterend om dit mee te maken.” Ze heeft er zichtbaar moeite mee. “Ik voelde me helemaal niet gezien, de les ging gewoon door, alsof het er niet toe deed dat ik afhaakte.”

    Haar woorden komen aan. Ik, met míjn parkinson, kan natuurlijk onmogelijk spreken voor al die andere 60.000 mensen met ieder hun eigen worstelingen. Wat een arrogantie om dat te denken. Net zoals mensen – vaak echt wel goedbedoeld – willen helpen door te zeggen: “Weet je wat jij eens zou moeten doen?” Iemand willen helpen, redden, helen; het zegt meer over het ego van de helper dan over de wensen van degene die ‘gered, geholpen of gefikst’ zou moeten worden.

    Op Facebook vind ik hier een prachtig gedicht over, dat me helpt onthouden waar het echt om gaat als je iets wilt betekenen voor een ander. Dat is niet door te spreken namens die ander, of door aan te nemen dat – omdat ik zelf parkinson heb – ik dus wel weet hoe iemand anders het leven met deze of een andere aandoening ervaart. Waar het wel om gaat? De ander écht zien. Luisteren zonder meteen te reageren met mijn eigen ervaringen. Misschien wel helemaal niet reageren, maar er gewoon zijn:

     

    I will not rescue you, for you are not powerless

    I will not fix you, for you are not broken

    I will not heal you, for I see you in your wholeness

    I will walk with you through the darkness, as you remember your light

     

    En zo is deze opleidingsdag niet alleen voor de aanwezige yogadocenten een leerzame dag.

  • 5 redenen om te kiezen voor een yogaweekend

    5 redenen om te kiezen voor een yogaweekend

    In 2013 ben ik begonnen met yoga. Eerst ben ik eens gaan kijken bij een bikram yoga school omdat die dicht bij was en ik wilde het wel eens proberen. De bikram-yogalessen ben ik daarna blijven volgen totdat we in januari 2018 naar Spanje vertrokken om daar een B&B te beginnen in Pinos del Valle, een dorp tussen Granada en de middellandse zeekust, in Andalusië. In onze nieuwe woonplaats was er geen yogaschool heel dichtbij dus ben ik begonnen met online lessen volgen. Mijn favoriete vorm werd Vinyasa yoga. Een fijne opbouw van warming-up, dynamische yoga sequences en daarna rustig afbouwen en een heerlijke savasana.  Nadat alle opstart perikelen voorbij waren en ons eerste seizoen met gasten voorbij was, ben ik gestart met een opleiding tot Vinyasa yogalerares hier in Spanje. Ik vind het zo fijn en ontspannend om te doen en we hadden ook het idee dat we met yoga weekenden ons konden onderscheiden tussen de B&B´s in deze regio. En de omgeving en het weer zijn echt fantastisch om hier te genieten van de frisse lucht tijdens je yogaweekend. Inmiddels kun je hier in ons dorp wel yogalessen volgen! Ik geef inmiddels al weer drie jaar wekelijks yogales aan een aantal dames in ons dorp. De laatste twee jaar was dat soms wat ingewikkeld met alle corona maatregelen, maar het heeft mij ook sterk overtuigd dat het beoefenen van yoga sterk kan bijdragen om mentaal te ontspannen in deze corona tijden.

    Twijfel je of een yoga weekend iets voor jou is? Dan zijn hier vijf redenen waarom je een yogaweekend op je verlanglijstje zou moeten zetten.

    1. Iets nieuws leren

    Misschien was je net begonnen met yoga en heb je daarna alleen nog wat online yogalessen gehad vanwege de corona maatregelen.  En nu denk je ik wil er wel verder mee en ik heb eigenlijk ook wel vakantie verdiend. Dan is een yogaweekend bij Yogi-San misschien wel een uitgelezen kans om dit te realiseren. Bij ons kun je gewoon live yogalessen volgen en kun je verder met waar je begonnen was, want onze yoga weekenden kunnen ook gevolgd worden door beginners.

    Voor de meer ervaren yogi´s is het een geweldige manier om je beoefening op een prachtige locatie te verdiepen en nieuwe yogastijlen te omarmen.

    2. Ontmoet andere yogaliefhebbers

    Het is een geweldige kans om anderen te ontmoeten met een gedeelde passie of interesse. Iedereen die van yoga houdt, of dit al jaren is of een net ontdekte interesse, is welkom. Het yoga weekend is heel toegankelijk voor degenen die alleen reizen – je bent meer dan welkom. De yogalessen zijn Vinyasa Flow yoga en geschikt voor beginners en intermediate niveau. Onderdeel van het programma zijn ook restorative yoga lessen voor extra ontspanning.

    3. Doe iets voor jou

    Een yogaweekend is zoveel meer dan alleen een vakantie. Het is een tijd om tijd te nemen. Tijd voor jezelf om na te denken of uit te rusten of gewoon om heerlijk van de zon te genieten en dat boek dat al een tijd op je ligt te wachten…Je zult ervaren dat je je na een yoga weekend verfrist, vernieuwd en hersteld voelt. En je gaat naar huis met instrumenten om dit ook in je dagelijkse leven voort te zetten.

    4. Doe eens iets anders

    We lopen allemaal vast in vaste patronen, gewoontes en herhalen dezelfde oude routines, en vakanties zijn niet anders. Een yogaweekend is de kans om buiten je comfortzone te treden, jezelf uit te dagen om iets nieuws te proberen en inspiratie op te doen. Zoals het kiezen om alleen op vakantie te gaan.

    5. Meer dan alleen yoga

    De yogaweekenden worden gehouden in B&B Casa del Patio. De B&B ligt in de bergen van  zuidoost Andalusië. Hier kun je volop genieten van de zuivere berglucht, goed voor je longen huid en gewrichten, de aangename temperatuur en de stilte. Na je yogales kun je genieten van de patio en het verwarmde zwembad. Of je gaat nog even actief verder. Een dagje naar het strand of naar Granada of heerlijk wandelen in één van de mooiste wandelgebieden van Europa, de Alpujarras. Kortom, onze vijfdaagse yogavakantie biedt genoeg mogelijkheden en tijd om te ontspannen.

     

     

  • Hoe flexibel kunnen we nog zijn?

    Hoe flexibel kunnen we nog zijn?

    Het is winter. Het is koud. Het is donker. En velen van ons zitten thuis. Thuis aan het werk, thuis met kleine kinderen, thuis met grote kinderen, thuis alleen, thuis met partner. Iedereen heeft zijn eigen situatie, zijn eigen mening, zijn eigen realiteit. De wereld is veel kleiner geworden en alle ruis en afleiding is weg. We zijn op onszelf aangewezen en moeten deze dagen doorkomen. Sommige dagen voelen grauw en moeilijk, andere voelen warm en geborgen. Iedereen worstelt met het gemis van onze vorige wereld, onze vorige waarheid waarin veel wat vanzelfsprekend was, waar we niet over nadachten is weggevallen. Dat had niemand bedacht in de wereld zoals die was. Die denderde voorwaarts en kwam met eigen uitdagingen. Hard werken, veel sociale contacten, stress en drukte.  De vorige uitdagingen hebben plaatsgemaakt voor transformatie en verandering. En dat is groot of klein misschien wel de grootste uitdaging die er is. Verandering gaat altijd gepaard met weerstand en onzekerheid. Hoe flexibel kunnen we nog zijn?

    Nu in deze stille en donkere tijd kunnen we terug naar onze kern en we hebben tijd om te voelen wat een veel kleinere wereld met ons doet. Het is een mooie kans om jezelf beter te leren kennen, los van afleiding, andere mensen en vermaak. We voelen onze verantwoordelijkheden als nooit tevoren; werk, relaties, opleidingen, kinderen, koken, thuis naar school en een huis te onderhouden. Maar dat is wat er is. Nu.

    Sta dan even stil en kijk naar wat er is. Jij bent er en dit is het moment en de kans om naar binnen te keren en aan jezelf te vragen: wat wil ik echt? Wie ben ik echt? Zonder ruis en zonder afleiding van sociale activiteiten en verplichtingen buiten jouzelf.

    Yoga helpt bij het vinden van antwoorden. In yoga zoek je balans tussen lichaam en geest en verruim je jouw flexibiliteit. Fysiek en mentaal. Je worstelt met je gedachten tijdens ongemakkelijke houdingen en het is soms een gevecht met jezelf. Je hoofd die uit de houding wil of gefrustreerd raakt omdat je geen balans kunt houden en steeds maar weer omvalt.  Andere dagen is het stil en kun je de stilte en balans in jezelf en in de houding vinden. En dan voel je je gelukkig en trots want het is gelukt. Je bent weer een stapje verder en een klein beetje veranderd. Je bent aan het transformeren.

    Eigenlijk is dat wat we nu ook doen in deze tijd. Thuis opgesloten. We zoeken een nieuwe balans en keren verplicht terug naar binnen. Terug naar onze kern. Soms in gevecht en soms in rust, balans, vredigheid en warmte. En we worden er zeker flexibel van. Misschien niet fysiek, maar mentaal zeker.

    Geniet van deze reis, geniet van jouw eigen transformatie want voor je het weet is de ruis en afleiding terug. En komen er weer nieuwe uitdagingen.

  • Afhankelijk? Of vrij?

    Afhankelijk? Of vrij?

    “Je zelfstandigheid verliezen, dat lijkt me het allerergst. Dat je afhankelijk wordt van de zorg van anderen.” De jonge vrouw – net de diagnose parkinson – verwoordt één van de grote roze olifanten. Ze zegt wat de meeste mensen denken als het gaat om ziekte of ouderdom in het algemeen. Afhankelijk worden van anderen, dat is zo’n beetje het ergste wat je kan overkomen. Ook voor mij is het één van de grotere angsten. Aangezien het risico op verlies van zelfstandigheid bij parkinson echter uiteindelijk zo ongeveer 100 procent is, onderzoek ik graag andere zienswijzen. Bang zijn kan altijd nog.

    Hoe onafhankelijk en zelfstandig zijn we feitelijk, ook als je niks mankeert? Stel dat de stroom vandaag uitvalt? Kun je dan nog werken? Heb je dan nog eten, of is dat binnen een paar uur bedorven? Hoe onafhankelijk is een directeur die geen personeel kan vinden? Een fabrikant die geen grondstoffen kan bemachtigen? Zijn we als mensheid niet juist zo ver gekomen dankzij het briljante inzicht dat je sámen meer kunt bereiken dan in je eentje, en dat we dus voor ons voortbestaan per definitie afhankelijk zijn van soortgenoten?

    ‘Ik wil kunnen doen wat ik wil, wanneer ik wil,’ zeggen mensen. Ook daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik verdien sinds kort geen eigen geld meer; ik vind het lastig om het geld van mijn man – die het overigens genereus ‘ons’ geld noemt – zomaar aan een latte of een overbodig bloesje te besteden. Ook al zou het makkelijk kunnen. In die zin kan ik niet meer doen wat ik wil, wanneer ik wil. Maar daar is iets heel moois voor in de plaats gekomen, heb ik ontdekt: een ongelooflijk gevoel van dankbaarheid. Dankbaarheid dat er alsnog voor mij wordt gezorgd, dat ik in een warm huis kan wonen, de boodschappen kan kopen, dat er heel veel mensen om mij heen zijn die van mij houden om wie ik ben. Bovendien maakt het me creatief. Als ik iets ‘nieuws’ aan wil, pak ik niet het bovenste, maar het onderste kledingstuk van de stapel, altijd iets wat ik lang niet heb gedragen en regelmatig een aangename verrassing.

    Kunnen doen wat en wanneer je wilt? Volgens mij heeft die wens vooral te maken met de illusie van controle over het leven. Controle die we zo graag zouden hebben, dat we ons aan iedere glimp ervan vastgrijpen, zelfs als het slechts een luchtspiegeling is. We willen het leven zo graag laten verlopen zoals wíj dat wensen, dat we de gekste capriolen uithalen. Terwijl de kille feiten zijn dat het leven loopt zoals het loopt, ongeacht onze wensen. Ook die luchtspiegeling moet ik langzaam aan loslaten.

    Ik zal minder zelfstandig worden, en afhankelijk. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet vrij kan zijn. ‘Vrij’ is namelijk iets anders dan ‘onafhankelijk’ of ‘zelfstandig’. Ook hierbij is yoga mijn houvast. Yoga helpt me om verwachtingen los te laten, patronen te doorbreken en de wervelingen van mijn geest – denk aan hebzucht, ego, angst – te beteugelen, of om ze in ieder geval in een ander daglicht te zien. Onderzoeken hoe ik tevreden kan zijn met wat er is en comfortabel kan zijn met al mijn angsten; ik vind het mooie uitdagingen. Ik zou zelfs bijna zeggen: daar kan geen wereldreis tegenop.

     

  • Vergeet het donker niet

    Vergeet het donker niet

    “Zo, hoe gaat het met u?” De neuroloog kijkt me van achter zijn mondkapje belangstellend aan. De laatste afspraak is een hele tijd geleden; tweeënhalf jaar om precies te zijn. Veel te lang, maar ja, Covid en zo… Als ik heel eerlijk ben, ligt het echter niet alleen aan Covid en alle beperkingen daar omheen. Het ligt ook aan mij. Ik ben zo goed geworden in het focussen op de lichtpuntjes, dat ik het donker enigszins uit het oog ben verloren. Of misschien is het toch de struisvogel in mij; lichtpuntjes zijn nu eenmaal een stuk gezelliger, veiliger en minder beangstigend dan het donker daaromheen.

    Ik vind het dan ook altijd een lastige – confronterende – vraag: ‘Hoe gaat het nou?’ Mijn eerste reactie is meestal: best goed. Er zijn veel dingen die ik nog wel kan, met de medicatie is prima te leven, voorlopig gaat het nog niet zo hard achteruit, het kan altijd erger… ik relativeer me soms een ongeluk. Maar niet iedereen trapt daar altijd in. Een vriendin zei pas: “Ik vind eigenlijk dat het wél hard gaat. Je bent de afgelopen paar jaar van drie keer per dag één pilletje naar drie keer per dag twee, naar vier keer per dag twee pilletjes gegaan.” Daar had ze een punt. Maar het viel nog steeds best mee. Toch?

    Nu zit ik dus bij de neuroloog, en ook die neemt geen genoegen met mijn lichtpuntjes. Hij vraagt door, totdat ik erken dat de nachten de laatste tijd behoorlijk slecht zijn. Vaak ben ik na anderhalf uur slapen weer klaarwakker, ik ga er vier tot vijf keer per nacht uit. Overdag heb ik enorme energiedips; ik voel me dan een oude accu, die nog wel oplaadt, maar binnen no-time weer leegloopt, waarbij leeg ook écht helemaal leeg is. En ’s avonds, ja dan kan ik wel heel somber zijn. Maar daar ben ik inmiddels aan gewend; ik probeer er niet te veel aandacht aan te besteden. Het hoort er nu eenmaal allemaal bij, toch?

    Dat vindt de neuroloog niet. “Ik denk dat u last heeft van off-klachten, die optreden als de medicatie uitwerkt. Door de medicatie te combineren met een middel dat de dopaminereceptoren in de hersenen gevoeliger maakt voor dopamine en dat bovendien een vertraagde afgifte heeft, denk ik dat we veel van uw klachten kunnen aanpakken.” Ik ben verbaasd – er is iets aan deze klachten te dóen? – en sceptisch. Artsen denken soms dat alles met een pil is op te lossen. Ook de bijsluiter van het nieuwe middel – een medeparki noemt bijsluiters altijd ‘dreigbrieven’- is niet mals. Koop-, gok- en seksverslaving behoren tot de reële risico’s.

    Toch besluit ik het te proberen, ik kan altijd weer stoppen. Na ruim een week valt het me ineens op: ik lig ’s middags niet meer op de bank om bij te tanken. Afdrogen na het douchen gaat een stuk vlotter. Na de boodschappen heb ik nog energie over om de badkamer te poetsen én een blog te schrijven. De avondsomberte is verdwenen en de nachten verlopen rustiger. Het is opnieuw een wijze les: ook focussen op lichtpuntjes kun je té goed willen doen. Vergeet niet om ook het donker serieus te nemen. Soms zit juist daar de ruimte.

  • Oude patronen

    Oude patronen

    Vijftien paar ogen kijken me verwachtingsvol aan. Het komt nu op mij aan; wat als ik vergeet wat ik bij de verschillende oefeningen wilde zeggen? Wat als ik de volgorde van de houdingen niet meer weet? Tot een kwartier geleden was ik nog best relaxed, maar nu ik daadwerkelijk voor de groep medestudenten sta om een eerste (stukje) yogales te geven, slaat de stress onverwacht in alle hevigheid toe. Mijn linkerarm en -been beginnen wat meer te trillen; parkinson en stress gaan niet goed samen.

    Je kunt je afvragen waarom ik het zo spannend vind om hier te staan. Het gaat immers maar om een proefles, we doen dit om ervan te leren en niemand verwacht dat we het in één keer foutloos zullen doen. En toch vinden we het bijna allemaal behoorlijk eng om voor het eerst zelf voor de groep te staan. Het is een geheel nieuwe en onbekende situatie, en de spanning die dat oproept maakt dat ik terugval op oude, bekende patronen. Patronen waarvan ik dacht dat ik ze inmiddels redelijk ontmanteld had, maar die hardnekkiger blijken dan verwacht. Ze zijn dan ook heel diep ingesleten.

    Deze patronen – ik noem ze ook wel rookgordijnen – zijn voor mij allemaal gebaseerd op de aanname ‘Ik voldoe niet’. Diep van binnen ben ik daar namelijk (nog steeds) van overtuigd, en om dit schokkende feit voor mijn omgeving te verhullen heb ik in de loop van mijn leven een aantal kunstige rookgordijnen ontwikkeld. Zorgen dat mensen me grappig vinden bijvoorbeeld, zodat ze mijn tekortkomingen niet opmerken. Proberen de mooiste te zijn, de aardigste, de slimste; je kunt het zo gek niet bedenken of het behoorde tot mijn repertoire. Welbespraakt trok ik het ene na het andere versluierende rookgordijn op.

    Nu dacht ik dat ik de afgelopen jaren behoorlijk wat inzicht had ontwikkeld in deze patronen en me er niet langer door liet leiden. Maar zoals ik al zei: sommige patronen zijn hardnekkiger dan ik dacht, en op momenten dat de spanning oploopt – zoals hier, nu ik voor de groep sta – valt mijn brein blijkbaar toch graag terug op oud en vertrouwd. Ook al helpt dat me uiteindelijk niet. Want het patroon dat het diepst is ingesleten, en dus het lastigst te veranderen, is: zorgen dat ik alles perfect doe. Geen fouten maken, alles in één keer goed doen, zodat niemand doorheeft dat ik eigenlijk op alle fronten tekort schiet.

    In die drang naar perfectie vergeet ik helemaal dat yoga vooral gaat over ‘vóelen’, en de feedback die ik krijg gaat dan ook precies daarover. ‘Mooi gezegd allemaal, maar vóel je het zelf wel?’ Au, dwars door mijn rookgordijn heen. Ik dreig een andere beproefde techniek in te zetten: weglopen en het hele idee van lesgeven lekker laten zitten. Maar dankzij Mrs P, ‘mijn’ parkinson, heb ik de afgelopen jaren toch wat geleerd. Met een chronische progressieve aandoening ga ik immers per definitie steeds minder ‘voldoen’, en Mrs P leert me om dat schrikbeeld niet langer uit de weg te gaan, maar om er min of meer comfortabel mee te leren zijn.

    Rookgordijnen optrekken lukt steeds minder goed, omdat ik er gewoonweg de energie niet meer voor heb. En het mooie is dat dit helemaal niet zo’n ramp blijkt te zijn als ik altijd dacht. Integendeel, contacten worden alleen maar oprechter, ook als ik niet ‘voldoe’. Als ik dat nou eens zou onthouden, de volgende keer dat ik een proefles geef…

  • Vastberadenheid

    Vastberadenheid

    Oké, pak allemaal en kwast en denk erom: zuinig met de verf.’ Het is zondagmiddag en het themaweekend van de yoga-opleiding is bij het laatste onderdeel beland. Toen ik het programma van tevoren doorlas, had ik wel iets zien staan over ‘yantra’s kleuren’, maar daar had ik strategisch overheen gelezen. Kleuropdrachten doen me altijd terugdenken aan de kleuterschool. Met een oud overhemd van je vader aan als schort, op de rug dichtgeknoopt door de juf. De opgerolde mouwen die altijd op het meest onhandige moment besloten toch weer lang te worden, waarna je hulpeloos je verstopte handen probeerde tevoorschijn te toveren zonder al te erg te knoeien. Geklungel met hard geworden kwasten en opgedroogde verf; kleuren die onbedoeld in elkaar overliepen, zodat de bloem die helder oranje had moeten zijn uiteindelijk modderbruin werd.

    Vernuftig had ik het kleuronderdeel uit mijn geheugen geblokkeerd, maar nu is het dan toch zover. In vergelijking met de kleuterschool is de uitdaging vandaag nog groter; mijn fijne motoriek heeft behoorlijk te lijden onder de parkinson. ‘Netjes binnen de lijntjes’ zoals bij een yantra – een geometrische figuur die volgens vaststaande kleurvoorschriften en een vaste volgorde moet worden ingekleurd – de bedoeling is, wordt daardoor lastig. En dan ook nog onder tijdsdruk; veel meer is er niet nodig om mijn hand ongecontroleerd rond te laten zwiepen. In gedachten bied ik mezelf een vluchtroute: dit is toch geen doen met parkinson? Wellicht is er voor mij een vervangende activiteit te bedenken?

    Maar dan vraag ik me af: waar ben ik nu zo bang voor? Dat ik faal? Dat het minder mooi wordt dan ik hoop? Dat ik het misschien niet af krijg? En dan? Waarom is dat zo erg?

    Net als alle anderen buig ik me dus op mijn yogamat – ook dat nog, niet eens aan een tafel – over mijn yantra en begin met het inkleuren van de buitenste rand van de figuur. Als mijn kwast over de lijnen heen schiet, baal ik. Even. Dan herpak ik mezelf en schilder door. Al snel blijkt dat iedereen zijn eigen strijd voert, ook zonder parkinson. Links van me verzucht R: “Ik krijg het nooit op tijd af! Wat een stressklus zeg!” Aan de andere kant zit M, die af en toe ontevreden naar haar perfect afgewerkte yantra kijkt: “Die kleuren kloppen helemaal niet. Ik zou hem eigenlijk opnieuw moeten doen.”

    Zo wordt deze middag op een heel onverwachte manier leerzaam. Waar de anderen, in mijn ogen niet gehinderd door een beperking, één voor één in gevecht zijn met hun innerlijke demonen, lukt het mij om redelijk mild te zijn voor mezelf. Naarmate mijn yantra vordert, krijg ik er zelfs een soort plezier in, al zie ik echt wel dat het resultaat verre van perfect is. Waar witte en rode vlakken elkaar raken, ontstaat soms onbedoeld wat roze. De randen zijn alles behalve strak. Op sommige plekken is de verf dekkender dan op andere. Maar hee, ik zit hier wel met mijn parkinson-arm in een onmogelijke houding een yantra te kleuren.

    Thuis krijgt de yantra een plekje in mijn yogaruimte. Iedere keer als ik de imperfecte figuur met de wiebelige randen zie, voel ik weer die mildheid voor mezelf. En denk ik aan de deugdenkaart die bij aankomst op mijn hotelbed lag: ‘vastberadenheid’ stond daar op. En dat is meer waar dan perfectie.

  • Luisteren naar jezelf? Hoe dan?

    Luisteren naar jezelf? Hoe dan?

    Woedend was hij, mijn dappere, twaalf jaar jongere broer. Woedend van wanhoop. “Waarom is er niet gewoon iemand die me precies vertelt wat ik moet doen om beter te worden? Ik wil álles doen, als iemand me maar zegt wát!” Ik begreep hem zo goed. Van alle kanten kreeg hij adviezen hoe hij zijn uitgezaaide darmkanker zou moeten bestrijden. De oncoloog: zware chemotherapie. De natuurgenezer: vooral géén chemotherapie! De diëtist: veel zuivel en eiwitten om aan te sterken. De orthomoleculaire deskundige: géén zuivel! Alleen eiwitten uit noten en planten! De buurvrouw: abrikozenpitten, zoveel mogelijk. De huisarts: géén abrikozenpitten, dat is gevaarlijk!  

    Ik begreep hem, maar ik kon hem niet helpen. Ik kon hem alleen proberen uit te leggen dat hij moest doen wat voor hém goed voelde. Dat hij de enige was die echt kon bepalen wat voor hem, in deze situatie, het beste was. Het klonk zo eenvoudig, maar was in feite een onmogelijke opgave, dat begreep ik ook. Want hoe kun je nog de rust opbrengen om dat zachte geluid diep van binnen te horen wanneer alles letterlijk wordt overschreeuwd door doodsangst? En dus deed hij van alles wat, en werd steeds wanhopiger.

    Wat zou het heerlijk zijn als iemand ons gewoon kon vertellen wat we het beste konden doen. En dat dat dan ook écht het beste voor ons was. Maar – ik schreef het al eens eerder – dat kan dus niet. Want wat goed is voor jou, is dat misschien niet voor mij. Waar de één het best tot zijn recht komt in zijn rol als minister, krijgt de ander al buikpijn bij het idee. Waar de één tonnen energie krijgt van een veganistisch voedingspatroon, heeft de ander echt af en toe wat vlees nodig om niet om te vallen. En waar de één blij wordt van een frisse boswandeling, gaat de ander liever salsadansen. Of sudoku’s maken.

    Er bestaan duizenden ‘algemene’ adviezen en regels waar onze gezondheid en ons welzijn baat bij zouden moeten hebben. Maar dat is precies wat ze zijn: algemeen. Om te weten wat voor jou het beste is, zul je de moed moeten hebben om echt kennis te maken met jezelf. Om jezelf echt te zien, om te durven ontdekken waar jij het best bij gedijt. Zoals ik al zei: dat klinkt eenvoudiger dan het is. Want je kunt gemakkelijk op het verkeerde been worden gezet. Door het ego bijvoorbeeld, dat roept dat een groot huis en een mooie auto je diepste verlangens zijn. Of door je angsten, die roepen dat je in de goot zult belanden als je niet doet wat anderen zeggen, of als je niet doet wat iedereen doet.

    Een handig instrument om te leren onderscheid te maken tussen al die verschillende geluiden, en jezelf dus écht te leren kennen? Je voelt hem aankomen: yoga. Yoga helpt om te leren herkennen wanneer het ego aan het woord is, wanneer angst de boventoon voert en wanneer – als je heel goed luistert – je diepste, ware verlangens spreken. Verlangens die niks met grote huizen en dure auto’s te maken hebben, maar met ontplooiing, tot je recht komen en doen wat voor jou goed is.

    Mijn broer had maar één diep verlangen: beter worden. Ik zou willen dat ik hier kon zeggen dat dat gelukt is…

  • De kracht van ont-spannen

    De kracht van ont-spannen

    De onderzoekster klonk oprecht verbaasd. “Ik heb nog nooit iemand zo ontspannen zien zitten tijdens een ruggenprik.” We bevonden ons in een onderzoekskamer van het Radboud UMC in Nijmegen, waar ik als deelnemer aan een studie naar de ziekte van Parkinson een hele dag lang verschillende motorische en cognitieve tests onderging. Bij mijn deelname hoorde ook het afnemen van hersenvocht voor nader onderzoek, en zoiets gebeurt door middel van een ruggenprik. Het lukte de onderzoekster echter niet meteen om met de naald op de juiste plek terecht te komen. Terwijl ze met het instrument wat rond wroette in mijn onderrug, keuvelde ik gezellig met haar collega.

    Ze had gelijk. Ik zat er volkomen ontspannen bij. Dat was mij zelf ook al opgevallen tijdens de cognitieve tests eerder die ochtend. Een jaar geleden was ik bij dezelfde tests nog vrij gespannen geweest, waardoor ik af en toe blokkeerde. Deze ochtend had ik geen enkele spanning gevoeld, alleen heldere alertheid. Ik was helemaal niet bezig geweest met ‘het zo goed mogelijk willen doen’, maar had gewoon gedaan wat me gevraagd werd, zonder daar verder bij stil te staan. In een minuut zoveel mogelijk woorden noemen die met een p begonnen? Geen probleem. De cijfers en letters die de onderzoekster in willekeurige volgorde opnoemde herhalen, maar dan wel eerst de cijfers in oplopende volgorde en daarna de letters op alfabet noemen? Moeiteloos had ik het einde van de test gehaald.

    “Ik denk dat dat door yoga komt,” reageerde ik. “Daar wordt mijn hoofd rustig van.” “Wow, echt waar? Dan ga ik ook aan de yoga,” zei de onderzoekster. “Maar ik hoop dat het beter helpt dan mindfulness. Dat heb ik een keer geprobeerd, maar dat vond ik helemaal niks. Daar werd ik juist heel ónrustig van.” Ik moest lachen. “Dat is precies de reden waarom je er veel aan zou kunnen hebben.” Ontdekken dat die onrust in je hoofd altijd doorgaat, maar dat je er niet altijd iets mee hoeft te dóen; de onrust van een afstandje kunnen beschouwen zonder er direct in te worden meegesleept; constateren dat je brein de hele dag oordelen, gedachten en aannames roeptoetert, maar dat die niet per se allemaal waar hoeven te zijn; voor mij is dat de echte winst van mindfulness, meditatie of yoga.

    Dat je lichaam soepeler en sterker wordt door het uitvoeren van yogahoudingen is meegenomen. Dat je daardoor soms poses kunt aannemen die er behoorlijk indrukwekkend kunnen uitzien is natuurlijk grappig. Allemaal prima redenen om met yoga te beginnen. Maar uiteindelijk draait het bij yoga om ‘het stilleggen van de wervelingen van de geest’, of – beter haalbaar – die wervelingen kunnen laten voor wat ze zijn. Op de momenten dat dat lukt ontstaat ruimte om te ontspannen, door letterlijk spanning los te laten.

    Het resultaat is een ont-spannen geest en dat wil absoluut niet zeggen dat je lui achterover leunt. Een ontspannen geest is namelijk helder en alert, omdat er geen ruimte wordt ingenomen door onzinnig gepieker. Een ontspannen geest ziet wat er is, en doet wat gedaan moet worden, wat dan ook. Zoveel mogelijk woorden met een p opnoemen bijvoorbeeld.  

     

  • Vegetarisch uit eten buiten de Randstad: 5 tips

    Vegetarisch uit eten buiten de Randstad: 5 tips

    De tijd dat je als vegetariër een saaie salade moest eten in een restaurant is gelukkig verleden tijd aan het worden. In de Randstad poppen allerlei restaurants met een uitgebreid aanbod voor vegetariërs. In de rest van Nederland moet je misschien net even iets verder zoeken. Daarom geven we vijf tips voor vegetarisch uit eten buiten de Randstad.

    Het Paradijs (Enschede)

    Het Paradijs in Enschede is een bijzonder vegetarisch restaurant dat gesitueerd is in een binnentuin met allerlei leuke hoekjes. Het is zonder meer één van de meest bijzonder settings waarin je kunt dineren in Nederland, en alleen daarom is Het Paradijs al een bezoek waard. De kaart wisselt elke drie maanden, maar alle gerechten zijn met passie en duurzaam bereid met voornamelijk lokale en biologische producten.

    Sakana (Den Bosch)

    Loop jij als vegetariër om sushi restaurants heen? Dat is helemaal nergens voor nodig, want bij een restaurant als Sakana, een sushi restaurant in Den Bosch, kun je allerlei gerechtjes bestellen die vegetariërs. Zo is er maki gevuld met komkommer of avocado, temaki met groente, verschillende soepen en salades en verschillende warme snacks. En het is all-you-can-eat, dus ook met grote honger hoef je niet tekort te komen.

    De Nieuwe Winkel (Nijmegen)

    Chic plantaardig eten doe je in Nijmegen bij De Nieuwe Winkel. Dit experimentele restaurant ontving in 2021 een Michelin-ster voor haar voedsel én een ster voor duurzaamheid. Je eet hier op stand en wordt verwend met bijzondere gerechten die bereid worden met creativiteit, liefde én verse streekproducten die de chef-kok zelf uitzoekt.

    Salade

    Nazareth (Drachten)

    Ook als je niet in het Friese Drachten bent, is het de moeite waard om de kilometers om het Libanees-Palestijnse restaurant Nazareth te bezoeken. Hoewel ook vleeseters hier aan hun trekken kunnen komen, biedt met een veelheid aan heerlijke vegetarische en veganistische gerechten die uiterst authentiek zijn en vooral ook erg lekker zijn. Het personeel is er zeer hartelijk en geeft uitleg over de gerechten.

    Dolly’s Diner (Kampen)

    Hoeft het niet per se gezond te zijn, maar moet het vooral lekker zijn en voor voldaanheid zorgen? Breng dan een bezoekje aan Dolly’s Diner in Kampen. Hier kun je je te goed doen aan allerlei vegaburgers, hot dogs, grote salades en loaded fries. Ook hebben ze een heerlijk zoet aanbod om als toetje van te genieten en kun je er vegan milkshakes krijgen.

    Misschien moet je er voor in de auto stappen, maar dan kan het meer dan waard zijn. Het is een leuk uitje dat bekroond wordt met heerlijk vegetarisch eten!