Categorie: Blogs

  • Verhalen

    Verhalen

    “Wat lijkt het me heerlijk als je je gedachten en gevoelens zo goed kunt verwoorden als jij,” verzucht mijn vriendin. Ze heeft een punt; ik zit niet snel om woorden verlegen en dat is in onze maatschappij – waarin communicatie een hoofdrol speelt – erg handig. Met de juiste woorden is een dreigend conflict vaak nog wel af te wenden, kun je wrijving en irritaties voorkomen of oplossen en zijn stroeve situaties weer vlot te trekken. Woorden kunnen zelfs helpen om taboes te beslechten; iets wat bespreekbaar wordt gemaakt, komt immers vanzelf uit de schaduw van de schimmigheid vandaan en blijkt dan vaak lang niet meer zo angstaanjagend.  

    Daarnaast is het fijn voor mezelf dat ik me over het algemeen goed kan uitdrukken; het maakt het voor andere mensen makkelijker om te begrijpen wat er in mij omgaat. Ik voel me gehoord, letterlijk en figuurlijk. Als anderen zich dan ook nog herkennen in de gevoelens die ik beschrijf, maakt dat het gevoel van verbondenheid alleen maar groter. Misschien is het zelfs een gevoel van erkenning; door mijn verhalen doe ik er toe. En dat geldt niet alleen voor mij; voor veel mensen zijn de verhalen die ze over zichzelf en hun leven vertellen hun grootste houvast.

    En daar zit meteen de valkuil. Want woorden en verhalen mogen dan een belangrijk onderdeel van ons leven vormen, tegelijkertijd zijn het ‘maar’ woorden en verhalen. Het is niet dé werkelijkheid, slechts een schematische weergave ervan. Hoe welbespraakt je ook bent, je woordenschat zal nooit toereikend zijn om de volledige werkelijkheid te omvatten, al was het maar omdat je die werkelijkheid nooit in haar volledigheid kunt zien. Vergelijk het met een plattegrond van een bepaald gebied; hoe uitgebreid en gedetailleerd die plattegrond ook is, als je eenmaal in het betreffende gebied loopt, zie je altijd details die niet op de kaart terug te vinden zijn.

    ‘De kaart is niet het gebied,’ heb ik eens een wijs iemand horen zeggen. En dat is precies hoe het is; een plattegrond met de belangrijkste wegen is hartstikke handig, net zoals woorden en verhalen handig zijn in het dagelijks leven. Ze geven houvast. Het wordt echter lastig als je teveel in je eigen verhalen gaat geloven. ‘Ik heb parkinson, dus ik ben zielig’ is bijvoorbeeld zo’n verhaal. Of: ‘Ik ben nu eenmaal onhandig, dus dat kan ik nooit’. ‘Ik verdien veel geld, dus ik ben succesvol’, ‘Als mijn ouders maar liefdevoller waren geweest, was ik wel gelukkiger geweest’; let er maar eens op hoeveel verhalen je jezelf en anderen vertelt.

    Ik daag je uit om al die verhalen eens iets minder serieus te nemen. Om te onderzoeken wanneer een verhaal je eigenlijk in de weg staat en je belemmert om te zijn wie je zou willen zijn. Hoe wáár is het wat je jezelf vertelt? Zitten er misschien meer kanten aan? Kan het hele verhaal wellicht op de schop? Soms houden verhalen je namelijk gevangen; ‘The prison is in your mind,’ zoals Holocaust-overlevende Edith Eger zegt. Als je dat eenmaal ziet, is de weg naar vrijheid binnen handbereik. En daar heb je geen plattegrond voor nodig.

  • Beginnen

    Beginnen

    Diana Plenckers beoefent van kinds af aan yoga, is yogadocent sinds 1985 en directeur van de Saswitha Opleiding voor Yoga en Wijsbegeerte sinds 1999.

    De eerste sutra van Patañjali, de filosoof die zo’n twee millennia geleden in krap 200 zinnetjes de weg naar de ultieme eenheidservaring uiteen wist te zetten, luidt: atha yoganushasanam. Dat betekent: ‘nu begint yoga’. Daarmee zegt hij eigenlijk dat je je niet moet richten op dat wat geweest is en niet op dat wat komt of wat je hoopt te zullen bereiken, maar op nu. Daar waar je nu bent, daar begint het. Je kunt die eerste sutra lezen als een ode aan het begin én aan het vieren van het nu.

    Dit kun je toepassen op je eigen hathayogabeoefening. In plaats van je te ergeren dat je vroeger wel makkelijk ardhachakrasana (halve wiel) kon en nu niet meer. Of ontevreden te zijn dat je nog steeds je voeten niet op de grond krijgt in halasana (ploeg). Of dat jouw vrksasana (boom) er toch minder fraai uitziet dan dat Instagram-plaatje ervan met de zonsondergang op de achtergrond. Juist op dat moment zeg je tegen jezelf: Nù begint yoga. Dan beleef je elke asana alsof je die voor de eerste keer doet. Zonder verwachting, zonder teleurstelling.

    Jezelf beschouwen als een beginner is bevrijdend. Geniet ervan! Beginnen is leuk, beginnen is spannend en wat ook fijn is, als beginner hoef je het nog niet te kunnen. Dat het soms moeilijk is om jezelf als beginner te beschouwen, zien wij op de yogaopleiding regelmatig. Yogadocent worden begint als je voor het eerst gaat leren hoe je een asana inspreekt, een ontspanningsoefening, een meditatie. En dat je dan merkt dat dat nog niet zo simpel is. En je dan realiseren dat je om iets te kunnen dat dat begint met jezelf gunnen het te leren. En dat dat begint bij het begin. En dat het dan pas yoga wordt.

    Na heel veel jaren dat ik nu zelf yogales geef, kan ik zeggen dat het wat mij betreft nooit ophoudt om beginner te zijn. In het zelf oefenen is het elke ochtend weer… beginnen. Elke les die ik geef vind ik opnieuw spannend. Echt waar! Ik hoop dat gevoel nooit kwijt te raken. Het behoedt me voor luiheid, gemakzucht en het houdt me nieuwsgierig. Ik wil altijd blijven beginnen met yoga.

     

  • Ja, en?

    Ja, en?

    “Ik schaam me zo voor mijn trillende hand,” zegt een mede-parki. Eigenlijk schaamt ze zich voor de hele ziekte; ze is vooral bezig die zoveel mogelijk verborgen te houden. Ik vind het verdrietig om te horen – het klinkt zo eenzaam – en eigenlijk vind ik het ook oneerlijk. Waarom zou je je moeten schamen voor iets waar je niets aan kunt doen?

    Maar ik begrijp het wel. Want hoewel we de illusie hebben dat je in onze maatschappij kunt doen en laten en worden wat je wilt, worden we de hele dag door overspoeld door normen en waarden en vooral plaatjes waaraan we geacht worden te voldoen.

    Hoe je eruit ziet, je huis, je auto, je eten; alles hoort aan bepaalde voorschriften te voldoen, wil je het gevoel hebben dat je echt meetelt. Althans, dat is wat al die plaatjes je willen doen geloven. Zelfs je baan mag niet gewoon iets zijn waarmee je genoeg verdient om een dak boven je hoofd te kunnen betalen. Nee, het moet een passie zijn, iets waar je dag en nacht mee bezig wilt zijn, iets waarover je trots kunt vertellen en waarin je je eindeloos kunt ontplooien. Dus als er iets gebeurt waardoor je niet meer aan dat vermeende ideaalplaatje voldoet, kan dat tot schaamte leiden, dat begrijp ik best.


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!


    Maar. Wat nou als je dat niet-voldoen als een enorme kans zou kunnen beschouwen? Een kans om te leren minder bezig te zijn met wat anderen van je denken, of wat je denkt dat ze denken? Journalist Annemarie Haverkamp interviewde voor het AD twee jaar lang mensen die weten dat ze niet lang meer zullen leven; het viel haar op dat veel van hen zeiden nu eindelijk te durven doen waar ze zelf zin in hadden, zonder steeds maar rekening te houden met de verwachtingen van anderen. In die zin zagen ze hun ziekte als een bevrijding. Is het niet treurig dat daar eerst een ernstige ziekte voor nodig is?

    Natuurlijk kan ik een pleidooi houden voor doeslief. Voor een samenleving waarin mensen minder snel oordelen over elkaar. Maar ik heb niet de illusie dat dat snel zal gebeuren. En feitelijk zit het probleem daar ook niet. Het probleem is dat jíj er steeds mee bezig bent, met die verwachtingen van anderen. Dát is de gevangenis in je hoofd, zoals Edith Eger stelt. De echte vrijheid zit erin om daarmee te stoppen. Of nog beter: comfortabel kunnen zijn met de afkeuring van anderen. Stel je eens voor wat een ruimte dat geeft. Hoe vrij je dan bent.

    We denken vaak dat we ons eerst moeten bewijzen om bestaansrecht te verwerven. Yoga helpt je om te ontdekken dat dat helemaal niet nodig is. Je bent er immers al, je bestaat al en je hoeft niets te bewijzen. Wie dat nog gemakkelijk vergeet, hoeft maar twee woorden te onthouden: ja, en? Misschien vinden ze het stom als ik afzeg. Ja, en? Straks denken ze dat ik lui ben. Ja, en? Ze zullen mijn trillende hand wel raar vinden. Ja, en? Veel eenvoudiger wordt het niet…

  • De roze olifant

    De roze olifant

    Mijn vaders stem klinkt wat onzeker, aan de andere kant van de lijn. “Er is iets vreemds aan de hand,” zegt hij verontwaardigd. “Ik wilde de energierekening betalen op de computer, maar de bank heeft alles veranderd. Nu weet ik niet meer wat ik moet doen.” De eerste keer dat hij dit zei, dacht ik dat het echt zo was. Dat de bank de digitale betaalomgeving misschien helemaal opnieuw had vormgegeven, waardoor alles er anders uitzag. Maar inmiddels ken ik het patroon: mijn vader – 81, en toch al niet dol op digitale handelingen – klikt op een verkeerd icoontje en raakt dan helemaal in de war. We hebben vaker besproken wat hij in zo’n geval kan doen, en we hebben het ook opgeschreven, maar, zoals hij zelf zegt: “Mijn geheugen is een zeef tegenwoordig.”

    Dat de gaten in die zeef steeds groter worden, weet mijn vader diep van binnen heel goed. En dat maakt hem onzeker. Boos ook. Want hij voelt dat hij de grip op zijn leven steeds een beetje meer verliest. En als er iets is wat mijn vader haat, dan is het de controle kwijtraken. Iets aan het toeval overlaten heeft hij nooit graag gedaan en hij is niet van plan om daar nu nog mee te beginnen. En dus wordt hij boos dat de bank hem het digitaal betalen steeds weer onmogelijk maakt. Ik weet intussen met welke stukjes informatie ik deze gaten in zijn zeef kan dichten: “Ga even terug naar je bureaublad – je weet wel, met die foto van die arrenslee – en dan links onderin klikken op dat rondje met blauw en groen.” Zo loods ik hem naar de juiste pagina, tot hij het weer herkent.


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!


    Behalve dat ik het vervelend vind voor mijn vader dat hij zich er zo over opwindt, zet het me ook aan het denken. Want ‘cognitieve achteruitgang’, om het voorzichtig te omschrijven, is ook een proces dat bij de ziekte van Parkinson kan optreden. Maar waar ik andere angsten inmiddels recht durf aan te kijken, heb ik deze roze olifant tot nu toe nauwkeurig weten te vermijden. Met een grote boog ben ik er steeds omheen gelopen. Via mijn vader word ik echter toch aan het denken gezet. Zou ik ook zo boos worden? Zo angstig en onzeker? Is het inderdaad zo angstaanjagend om de gaten in je geheugen te zien vallen? Of is dat slechts onze projectie; de angst van een ‘gezond’ iemand om niet meer aan de norm te voldoen?

    Voor de zoveelste keer vind ik mijn rustpunt in yoga. Dankzij yoga weet ik namelijk inmiddels dat je de controle over je leven helemaal niet kunt verliezen, omdat je die controle nooit hebt gehad, hooguit de illusie ervan. Dankzij yoga weet ik ook dat je overgeven aan deze wetenschap ongelooflijk veel lucht geeft, waardoor ik me – op een andere manier, meer van binnenuit dan van buitenaf opgelegd – juist sterker voel. Ik ben wel benieuwd of ik me dat nog zal kunnen herinneren wanneer het er op aankomt. We zullen het zien; voor nu is de roze olifant in ieder geval een stukje kleiner geworden.

     

  • Oefenen met zijn

    Oefenen met zijn

    Zo vlot mogelijk leg ik mijn boodschappen op de lopende band. Achter me staat de volgende kar te dringen, mijn voorganger heeft zojuist afgerekend. Het komt nu echt op mij aan. De band draait genadeloos door, de boodschappen die er al op staan gaan harder dan ik. Intussen probeer ik er op te letten dat de eieren straks niet onder de pakken melk terecht komen en de avocado’s niet geplet worden door het wasmiddel. O ja, bonuskaart, die moet je tegenwoordig zelf scannen. Waar heb ik mijn portemonnee ook al weer?

    Terwijl ik op zoek ben naar mijn bonuskaart, begint het meisje achter de kassa mijn eerste boodschappen te scannen. ‘Staat u in de parkeergarage?’ o ja, parkeerkaart – dat scheelt weer een euro. Maar waar?? ‘Spaart u pannenzegels? Voetbalplaatjes?’ Haar vragen resoneren in mijn hoofd terwijl ik mijn pinpas tevoorschijn haal – contant betalen is helemaal niet te doen met mijn onwillige linkerhand – en voor ik het weet heb ik ‘ja’ geantwoord. Meteen krijg ik enkele pakjes voetbalplaatjes en een rijtje pannenzegels in mijn handen gedrukt. Even dreigt paniek; waar moet ik al die dingen laten? Snel prop ik alles min of meer in mijn portemonnee, terwijl ik mijn boodschappen in mijn tassen duw. Het zweet staat op mijn rug als ik de parkeergarage inloop.

     


    Psssst…. Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement vanaf slechts 19,95 per jaar voor meer inspirerende reportages, bijzondere interviews en handige tips!


     

    Meerdere handelingen tegelijk uitvoeren, dat gaat – met dank aan Mrs P. – steeds lastiger. Ooit stond ik met een baby op mijn arm, een peuter aan mijn hand en een telefoon tussen oor en schouder geklemd te koken. En dan kwam er ook nog een prima maaltijd uit. Nu ontstaat er al lichte kortsluiting als man D. een vraag stelt terwijl ik in de pastasaus sta te roeren (wat hij erg grappig vindt, soms doet hij het expres). Überhaupt gaat het dóen van dingen moeizamer. Even de was ophangen is er niet meer bij; hoe haastiger ik ben, hoe langzamer het gaat.

    Dingen doen wordt steeds een beetje moeilijker en dat is doodeng. Want zolang je dingen doet, kun je daarover vertellen aan anderen (kijk mij eens lekker bezig zijn!). En zolang je dingen doet, hoef je geen ingewikkelde gevoelens toe te laten (geen tijd voor, want Druk Met Belangrijker Zaken). Het is dus goed verklaarbaar dat bezig zijn – dingen doen – in onze westerse maatschappij aanzienlijk meer wordt gewaardeerd. ‘Het maakt niet uit wat je doet, maar niks doen is geen optie’; hoe vaak heb ik dat zelf niet tegen mijn destijds puberende zoons geroepen?

    Maar als ik ‘niets doen’ nu eens vervang door ‘oefenen met zijn’? Dat klinkt meteen een stuk positiever. En belangrijker nog: oefenen met ‘zijn’ kan heel goed met behulp van – tadaa, daar zijn we weer! – yoga. Ontspanningshoudingen; het zijn misschien wel de lastigste van alle yogahoudingen. Want kun je bij de hond flink je best doen door je zitbeentjes eens extra omhoog te strekken, of bij de tang door nog dieper naar voren te buigen, ontspanning kun je slechts toelaten. Je best doen werkt hierbij niet, je kunt alleen maar zijn. En dat blijkt nog een hele kunst. Met die kunst ga ik vandaag eens lekker aan de slag.

  • Je identiteit, wat ís dat eigenlijk?

    Je identiteit, wat ís dat eigenlijk?

    ‘Door de ziekte van Parkinson verlies je langzaam (een stuk van) je identiteit.’ Met die nogal angstaanjagende boodschap voert de Hersenstichting de komende weken campagne om aandacht te vragen voor de hersenaandoening, en – belangrijker nog – om geld in te zamelen voor onderzoek.

    Een nobel streven; onderzoek is hard nodig naar deze vreemde ziekte, die volgens deskundigen de komende decennia wel eens pandemie-achtige vormen zou kunnen gaan aannemen. Om mensen wakker te schudden kun je niet aankomen met een genuanceerd verhaal, dat begrijp ik heel goed. En laten we eerlijk zijn, het is ook gewoon een @#$%&-ziekte, daar valt niets op af te dingen. Ik heb nota bene zelf meegewerkt aan de campagne: met een beetje geluk is mijn schrijvende linkerhand de komende weken af en toe op televisie te zien. De verandering in je handschrift (een onderdeel van je identiteit, aldus de Hersenstichting) als gevolg van de ziekte wordt op deze manier geïllustreerd.  

    Maar tegelijkertijd heb ik wat moeite met deze sombere boodschap. Daar zal ongetwijfeld enige struisvogelpolitiek bij zitten; soms wil ik gewoon niet precies weten wat de aandoening allemaal teweeg kan brengen. Mijn vraagtekens gaan echter verder dan alleen een slimme ontkenningsstrategie. Want je identiteit, wat ís dat eigenlijk? Is dat hoe je jezelf ziet? Hoe je zou wíllen zijn? Hoe je denkt dat anderen je zien? Of hoe je hóópt dat anderen je zien? Is je identiteit dat waar je goed in bent? Je baan? Je hobby’s? Je uiterlijk?

    Los van de vraag welke ingrediënten een rol spelen, is een identiteit naar mijn idee geen statisch gegeven. Een identiteit vormt zich volgens mij onder invloed van alles wat je meemaakt. Je leeftijd, de mensen die je ontmoet, de reizen die je maakt, de hoogtepunten die je beleeft en de tegenslagen die je te boven komt; allemaal hebben ze invloed op wie je op een bepaald moment bent en hoe je op dat moment in het leven staat. Een identiteit verandert dus constant, ook door de ziekte van Parkinson. Maar verdwijnen?

    ‘Hij is helemaal zichzelf niet,’ zeggen we als iemand iets doet wat we niet hadden verwacht. Maar is dat wel zo? Misschien is diegene juist eindelijk zichzelf, en klopt alleen het beeld dat wij ervan hadden niet (meer). Sterker nog: hoe zou je ooit níet jezelf kunnen zijn? Wie zou je dan zijn? Misschien is het wel vooral de buitenwereld die vindt dat parkinson je identiteit afneemt; je voldoet immers niet langer aan veel maatschappelijke normen. Maar kun je die normen enigszins loslaten, dan is er ineens ruimte. Ruimte om toch, of juist, jezelf te zijn.

    Het beste handvat daarbij? Je gelooft het niet: yoga. Op je yogamatje kun je niet anders dan jezelf zijn. Met bibberbeen, met stijve arm, met warrige gedachten. Al ademend ontdek je dat ‘jezelf zijn’ alles is wat je kunt doen. Dat een baan, hobby’s en uiterlijk daar uiteindelijk weinig mee te maken hebben. Dat er ergens diep van binnen een stukje zit, waar ziekte en verval geen vat op hebben. Misschien zou de Hersenstichting daar eens onderzoek naar kunnen doen.

     

     

     

  • De onmogelijke lente

    De onmogelijke lente

    De lente komt eraan. Natuurlijk is het nog geen 21 maart, het moment dat we hier ervaren dat de lente begint. Begin februari echter, is een moment waarop in veel oude culturen het begin van de lente werd gevierd. De dagen worden merkbaar langer, het licht keert terug en daarmee ook het leven en de hoop.

    Hout-energie

    De energie van de lente wordt in de Chinese geneeswijzen Hout-energie genoemd, dat wil zeggen, de energie die we bij planten terugzien. Als je nu in Nederland naar buiten kijkt, zie dat planten beginnen te groeien. Sneeuwklokjes komen de grond uit, en ook de eerste andere planten komen uit de knop. De beweging van het element Hout is daarom “naar buiten”.

    Tetteren

    Ook in ons vindt die beweging plaats. Zo viel het me op dat de kinderen in mijn straat harder praten, bijna tetteren, geheel in lijn met de Houtenergie die zorgt dat ook onze stem naar buiten beweegt en daardoor harder wordt. Wanneer je dit in de lente opvalt, is dit geen onbalans. Ook zou je kunnen merken dat je graag naar buiten wilt, of heb je plannen voor mooie dingen.

    Schoppen

    Maar wat nu als die plannen worden gedwarsboomd? Wat nu als je ineens niet naar buiten mag, of je mooie plannen niet mag uitvoeren, bijvoorbeeld omdat je nu vanwege de regelgeving geen mensen bij elkaar mag brengen? Dan voelt het bijna onmogelijk om met de energie van de Lente mee te bewegen. Het ligt aan de veerkracht van je Houtenergie of je op creatieve wijze andere manieren zoekt om je plannen uit te voeren, of dat je de behoefte krijgt om te gaan schoppen in letterlijke of figuurlijke zin.

    Acupressuur

    Mocht je die onrust herkennen, spierspanningen voelen, pijn in je hoofd, schouders, kaken of heupen herkennen, dan raad ik je de gratis download Acupressuur voor de Lente aan, die ik schreef voor Do-In Academy. Hiermee vergroot je de veerkracht van jouw Houtelement, en maak je van de schijnbaar onmogelijke lente weer een periode waarin je meebeweegt met de vreemde winden die deze tijd te bieden heeft.

    Meer leren over de Vijf Elementen? Bij Do-In Academy geef ik diepgaande opleidingen in Do-In en TCM. Op 10 maart start de Engelstalige online basismodule over de Vijf Elementen. In September start de Nederlandse online basismodule 12 meridianen.

  • Luister vaker naar jezelf

    Luister vaker naar jezelf

    “Zitten er ook voordelen aan het hebben van de ziekte van Parkinson?” Het is nogal een gewaagde vraag, die niet iedereen zomaar kan stellen. Je zou er zelfs boos om kunnen worden: vóórdelen? Aan een progressieve hersenaandoening? Een ziekte die steeds erger wordt dus, die vooral neemt en niet geeft, en waarvan je niet weet hoe hard het zal gaan? Hoe kunnen daar nou voordelen aan zitten?

    Maar de vraag werd niet door zomaar iemand gesteld. Het was Bas Bloem, dé parkinson-professor in Nederland, die deze prikkelende overweging opperde in een besloten Facebook-groep. Natuurlijk kreeg hij enkele verontwaardigde reacties; ‘Je weet niet waar je over praat’, ‘Ik zie geen enkel voordeel aan die @#$-ziekte’, ‘Mijn leven is erdoor verwoest, wat nou voordelen?’. En ook ik dacht in eerste instantie: ‘Lekker makkelijke vraag als je de aandoening zelf niet hebt.’

    De dagen erna bleef de kwestie echter in mijn hoofd rondzingen. ‘Voordelen’ vind ik nog steeds een groot woord – ik heb ook altijd een beetje moeite met mensen die hun ernstige ziekte als ‘cadeautje’ beschouwen. Want wie weet welke grootse dingen ik misschien op dit moment had gedaan als ik helemaal gezond was geweest. Maar toch, als ik goed kijk, zie ik wel degelijk ‘silver linings’ glinsteren. Of, in goed Nederlands: elk nadeel… Maar zoals dezelfde grote Nederlandse denker ook al zei: je gaat het pas zien als je het door hebt.

    Dat is volgens mij de echte vraag. Niet óf er silver linings zíjn, maar of je in staat bent ze te zíén. Dat is niet voor iedereen even vanzelfsprekend, en de ene situatie leent zich er misschien beter voor dan de andere. Maar er zijn altijd lichtpuntjes, hoe klein soms ook. De ene dag stralen ze je al van ver tegemoet, de andere dag moet je met een vergrootglas speuren, en misschien zijn er zelfs dagen dat het helemaal donker blijft. Altijd blijven zoeken, dat is de kunst.

    Een paar van mijn silver linings? Door mijn ziekte leer ik veel nieuwe mensen kennen. Mensen die ondanks alles positief in het leven blijven staan en daardoor een geweldige inspiratiebron vormen. Verder heb ik mezelf toestemming gegeven om me meer met yoga bezig te houden, iets waar ik anders vast ‘geen tijd’ voor zou hebben gehad. Dan had ik nooit geweten hoe goed ik me hierbij voel. En ook ons hondje was er normaal gesproken vanwege ‘te druk voor’ waarschijnlijk niet geweest.

    Mijn reactie op de Facebook-vraag was dan ook: ‘De ziekte helpt me om steeds meer mijn éigen leven te leiden, in plaats van dat van anderen. Als de ziekte voortgaat, wordt het misschien uiteindelijk lastiger om de lichtpuntjes te blijven zien. Maar hopelijk ben ik dan nog steeds dankbaar dat ik mijn wake-up call op tijd kreeg om nog van het leven te genieten, en niet pas op mijn sterfbed.’ Want, zoals ik al eens eerder schreef, dat is wat palliatief verpleegkundige Bronnie Ware het vaakst hoorde van mensen in de laatste uren van hun leven: ‘Had ik maar minder naar anderen geluisterd en meer naar mezelf.’

     

     

     

  • Yoga in het coronatijdperk

    Yoga in het coronatijdperk

    Weet jij nog hoe het was voor corona? Gewoon naar je werk, ’s avonds naar je yoga les of sporten. In het weekend leuke dingen doen, afspreken met vrienden of familie. Als je ergens binnenkomt een hand geven aan je vrienden en familie een kus of knuffel. Lekker op vakantie waar je maar naar toe wilde! Het was de gewoonste zaak van de wereld. Eén van de leukste dingen van het leven in Spanje is de omgang met Spanjaarden. Voor Spanjaarden draait alles om het contact met de mensen om hun heen. Bij bijna iedere begroeting wordt er gekust en/of is er een hartelijke aanraking. Veelal kreeg ik als onze Spaanse gasten in de B&B weer weggingen een knuffel en twee zoenen op mijn wang, als blijk van waardering voor het verblijf. Een teken dat ze het erg naar hun zin hadden gehad, een (hart)verwarmend gebaar. Ook als je naar de accountant gaat is de begroeting met een zoen op de wang.

    En toen was daar corona, eerst geen knuffel, geen zoen, geen handen meer geven. Twee meter of anderhalve meter afstand houden en geen bezoek aan kwetsbare mensen. Niet sporten of naar een live yoga les. Veel dingen mochten niet meer of, zoals hier in Spanje, een gehele lockdown waarbij je helemaal niet meer je huis uit mocht. Als we ons nu maar aan alle maatregelen hielden dan zouden we het virus wel de baas worden, dacht ik. En inderdaad de situatie verbeterde, we kregen weer meer vrijheid en uiteindelijk gingen de grenzen open. We mochten weer gasten ontvangen in de B&B. Natuurlijk met voorwaarden ten aanzien van hygiëne en omgang met elkaar (afstand houden!) maar het voelde heerlijk! In mijn beleving deed ook iedereen erg zijn best om de heroverde vrijheid veilig te stellen door zich aan de regels te houden. Op het strand waren maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat mensen meer afstand hadden tot elkaar. Bij de restaurants hadden ze geïnvesteerd in aparte verpakkingen voor olie en azijn, peper en zout voor de gasten en voor het bestek. De tafels stonden ver van elkaar, overal stond gel om je handen te desinfecteren. Ook bij de winkels die allemaal weer open mochten. Zo ging het goed!

    Maar helaas toch laaide het virus weer op en zaten we met zijn allen in de tweede golf. Overal zag je dat regeringen weer strengere maatregelen gingen inzetten om het virus de baas te worden. En zo gingen we richting de feestdagen. Het virus beheerst nu al 9 maanden de wereld en gooit alles wat bij ons normale leven hoorde overhoop. Sinds een paar weken zijn er de vaccins en kunnen we vertrouwen hebben dat we nu het virus kunnen overwinnen. Ik kan niet wachten tot het post-coronatijdperk begint!

    Langzaamaan komen ook de verhalen van mensen over wat het voor hen betekent om zo lang nauwelijks sociale contacten te mogen hebben met vrienden en familie. Of dat je inmiddels al meer dan een half jaar thuis werkt zonder direct contact met je collega’s. Dan blijkt dat al het contact via social media toch niet echt is. Ook ik mis het gewone contact met B&B gasten en mijn yoga dames, er is niets spontaans meer aan. Je bent je altijd bewust dat je afstand moet houden en zeker niemand aanraken.

    Yoga International

    Gesprekken met collega’s via Teams voelen soms net alsof je gewoon in levende lijve met elkaar praat zeker als het in een kleiner groepje is. Ik denk dat dat wel helpt tegen de verborgen eenzaamheid in deze coronatijd. Nog belangrijker om als het niet persoonlijk kan contact te blijven zoeken per telefoon (video of gewoon) omdat dat dan het maximaal mogelijke directe contact is. En bij begroetingen in de werkelijke wereld, als je elkaar dan toch tegen het lijf loopt bij de supermarkt dan moet ik denken aan de begroeting die we bij yoga altijd doen. Je handpalmen samen ter hoogte van je borst, je kijkt de ander aan, zegt Namasté en buigt je hoofd. Door het aankijken is er daadwerkelijk contact en met het uitspreken van namasté geef je aan ‘ik herken jou, jij bent hetzelfde als ik, we zijn één’. Een gebaar van begroeting en respect. Dat laatste kan in de huidige samenleving ook geen kwaad.

    Ik hoop dat de coronatijd snel voorbij is tot die tijd, Namasté! En ook als we elkaar weer mogen knuffelen en kussen hoop ik dat dit gedachtengoed mag blijven met een groter bereik dan alleen tijdens de yogales!

     

    Sandra

    Yogi-san.com

  • Yoga en parkinson: een paar hardnekkige misverstanden

    Yoga en parkinson: een paar hardnekkige misverstanden

    “Huh? Yógadocent? Maar je hebt toch de ziekte van Parkinson?” Ze zegt het nog net niet verwijtend, maar wel vol ongeloof. De kennis – ik zie haar niet vaak, dat blijkt maar weer – begrijpt er maar weinig van. Ze is lang niet de enige, en ik kan het haar ook niet echt kwalijk nemen. Over yoga én over de ziekte van Parkinson bestaan namelijk nogal wat hardnekkige misverstanden. Deze hoor ik bijvoorbeeld regelmatig:

    Als yogadocent moet je superlenig zijn (en de ingewikkeldste houdingen moeiteloos kunnen uitvoeren).

    Newsflash: yogadocenten zijn net gewone mensen. Je hebt ze in alle soorten en maten. Laat je niet misleiden door de plaatjes in yoga-tijdschriften of You Tube-filmpjes; de meeste yogadocenten vinden de ene houding prettiger dan de andere, hebben net als andere mensen ook wel eens een offday en kunnen net zo goed iets mankeren. Maar belangrijker nog: yoga gaat helemaal niet om ‘zo lenig mogelijk’! Het gaat erom wat een houding of beweging doet voor jóu, en dat kan een heel ander effect zijn dan je buurvrouw ervaart.

    Yoga is iets voor zweverige types, niks voor mij dus.

    Een heel hardnekkige misvatting, waardoor de drempel om aan yoga te gaan doen soms onnodig hoog blijft. De realiteit is: je kunt yoga zo zweverig maken als je wilt, of er je hele levensstijl op afstemmen. Maar in de basis is het niets meer en niets minder dan (opnieuw) in contact komen met je lijf en daardoor met jezelf. In het hier en nu voelen hoe het met je is, met daarbij je adem als belangrijkste instrument en zonder daar meteen een oordeel aan te plakken. Dat is een stuk minder zweverig dan de hele dag in je hoofd bezig zijn met voorbije of toekomstige gebeurtenissen, toch?

    Mensen met de ziekte van Parkinson kunnen alleen nog maar schuifelen en bibberen.

    Een beeld dat bij veel mensen bestaat. Als ik heel eerlijk ben: dit dacht ik zelf ook voordat ik de aandoening bleek te hebben. Maar hoewel er zeker mensen zijn bij wie de ziekte zover is gevorderd dat ze inderdaad nauwelijks nog kunnen bewegen, geldt dat lang niet voor alle Parki’s. De aandoening uit zich bij iedereen anders, en ook de reactie op medicatie en het verloop van de ziekte verschillen per persoon. En dan nog: zelfs als je bewegingsvrijheid beperkt is, kun je yoga beoefenen.

    Mensen met parkinson hebben niets aan yoga.

    Integendeel! Er wordt gelukkig steeds meer onderzoek naar gedaan, en uit die onderzoeken blijkt iedere keer opnieuw: yoga heeft verschillende positieve effecten op de ziekte van Parkinson, zowel lichamelijk als mentaal. Yoga helpt bijvoorbeeld bij balansproblemen (een bekende parkinson-klacht), helpt je lijf soepel en flexibel te houden (mensen met parkinson worden vaak stijver) en dankzij yoga behoud je je kracht. Maar yoga helpt je ook te ontspannen (het vooruitzicht van een progressieve aandoening kan nogal wat stress opleveren) en meer te leven in het hier en nu. En dat laatste is misschien nog wel de grootste kracht van yoga. Of je nu parkinson hebt of niet.